Van brand blussen naar reddingsactie

Pannetje

Anka / Groningen / dinsdagavond 18.12 uur

‘Zijn er nog mensen in het pand?’

Ik kijk langs de gevel van het oude grachtenpand omhoog. Op de tweede verdieping zijn vlammen te zien, uit de gesprongen ramen komen rookpluimen naar buiten. De jonge man die voor me staat schudt zijn hoofd. ‘Nee, iedereen die thuis was, staat daar.’ Hij wijst naar een groepje studenten dat bij onze brandweerauto staat. Dat is goed nieuws, want in zo’n oud pand grijpt brand over het algemeen snel om zich heen.

‘Er stond een pannetje op het vuur’, zegt de jongen. ‘Misschien is dat de oorzaak van de brand? Volgens mij was de rook het ergst in de keuken, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik vooral bezig ben geweest met iedereen waarschuwen.’

‘We gaan kijken’, zeg ik. Twee collega’s zijn het pand al binnengegaan, ik vorm samen met Jorgen vandaag de waterploeg en we gaan met slangen achter hen aan. In het trapportaal hangt al heel wat rook. Hoe verder we de trap op lopen, hoe dikker de rook wordt. We lopen de eerste verdieping voorbij. De aanvalsploeg zal hier kijken of er misschien toch nog mensen zijn, Jorgen en ik concentreren ons op de brand zelf.

Het duurt even voordat we de keuken hebben gevonden. In de dichte rook en de vlammen die inmiddels om zich heen hebben gegrepen, zien we geen hand voor ogen. Uiteindelijk komen we in de juiste ruimte. Vlak voor het fornuis sta ik stil.‘ Ha, daar hebben we de boosdoener’, zeg ik door mijn ademluchtmasker* heen tegen Jorgen, die vlak naast me staat. Van het pannetje is bijna niks meer over, maar de vlammen slaan er vanaf en hebben de keuken al in lichterlaaie gezet. Terwijl we blussen, probeer ik zicht te krijgen op de rest van de ruimte. Ik doe een paar stappen naar links en zie iets wat op een beschadigde bank lijkt. Het kost me een paar seconden om tot me te laten doordringen wat mijn ogen nog meer zien.

‘Jorgen!’ roep ik hard naar mijn collega. ‘Slachtoffer!’ Meteen is de hele situatie anders. Van het blussen van een standaardbrand verandert dit in een reddingsactie. Met z’n tweeën tillen we de vrouw van de bank. Ze hangt voorover en is buiten bewustzijn. Samen nemen we haar mee naar beneden, waar we haar overdragen aan de preventief opgeroepen ambulance. Ze heeft heel wat rook ingeademd, maar ze leeft.

Snel gaan Jorgen en ik terug om onze collega’s te helpen bij het blussen. Van het pannetje is inmiddels niks meer over.

Schrijfster Mariëtte Middelbeek legt in het boek op beeldende wijze de verhalen vast van vijftien brandweercollega’s uit diverse regio’s, van uitruk tot meldkamer en preventie, oud en jong, man en vrouw en met veel en weinig dienstjaren. “Door de verhalen heb ik een heel mooi beeld gekregen van wat de brandweer allemaal doet. Het is veel meer dan ik had vermoed. Enorme branden en grote ongevallen, maar ook 97 kalveren in een gierput of een man die niks weg kon gooien, met alle gevolgen van dien,” vertelt zij vol enthousiasme.

Alle verhalen lezen? Het boek is te bestellen bij Uitgeverij Marmer

Delen