Brandslanghaspel

Voor veel branden is water een uitstekend blusmiddel. Brandslanghaspels zijn aangesloten op het waterleidingnet en zijn daarom onbeperkt te gebruiken. Water is geschikt voor het blussen van beginnende branden (brandklasse A). Met behulp van de brandslang kan de brand worden geblust of vertraagd totdat de brandweer aanwezig is. Het grote voordeel is de relatief eenvoudige bediening en de onuitputtelijke voorraad blusmiddel. Uiteraard geldt ook hier de regel dat je eigen veiligheid voorop staat; je moet veilig het pand kunnen verlaten.

Brandslang

Regelgeving brandslanghaspels

In het Bouwbesluit 2012 (www.wetten.nl) is geregeld wanneer in gebouwen brandslanghaspels moeten worden aangebracht en welk aantal. Brandslanghaspels moeten voldoen aan bepaalde eisen:

  • Ze moeten zijn aangesloten op de drinkwatervoorziening van een gebouw.
  • Ze liggen niet in een vluchttrappenhuis.
  • Ze hebben een slang van maximaal 30 meter.
  • Ze hebben een waterdruk (statische druk) van tenminste 100 kPa.
  • Ze hebben een wateropbrengst (capaciteit) van ten minste 1,3 kubieke meter per uur (m3/h). Hierbij wordt uitgegaan van het gelijktijdig gebruik van twee brandslanghaspels die zijn aangesloten op dezelfde drinkwatervoorziening.

De juiste plaats voor brandslanghaspels

Het is de bedoeling dat met de brandslang(en) elk punt in een gebouw kan worden bereikt. Daarbij mag je rekening houden met een worplengte van de waterstraal van 5 meter.

Plaats brandslanghaspels zo veel mogelijk bij (nood)uitgangen. Degene die de brand ontdekt kan dan eerst alarm slaan, de brand melden, controleren of er een veilige vluchtroute is, en dan beslissen of hij/zij nog gaat proberen de brand te blussen. Als de bluspoging niet lukt en er plotseling veel rookontwikkeling is, dan kan die persoon de uitgang vinden door eenvoudig de brandslang te volgen.

Zorg dat de slang bij gebruik niet door brand- en/of rookwerende deuren gevoerd wordt. Deze deuren moeten na gebruik vanzelf weer sluiten. In de praktijk komt dat erop neer dat er in elk brand- en of rookcompartiment voldoende brandslanghaspels aanwezig moeten zijn.

Controle, beheer en onderhoud van brandslanghaspels

Brandslanghaspels moeten, net als andere installaties in het gebouw, adequaat worden beheerd, onderhouden en gecontroleerd. De REOB erkende onderhoudsbedrijven kunnen voor u bepalen hoe dit onderhoud adequaat moet worden uitgevoerd. Hiervoor wordt door de bedrijven NEN-EN 671-3 gehanteerd.

Legionellapreventie
In het stilstaande water in de slang kan bij bepaalde temperaturen de legionellabacterie voorkomen. Om besmetting van legionella tegen te gaan, zijn daarom de hoofdkranen van de brandslanghaspels verzegeld.

Brand! En nu?

  • Alarmeer eerst iedereen in de buurt van de brand en de brandweer voordat je gaat blussen. Je weet immers niet of de bluspoging zal slagen en of je de hulp van de brandweer nodig hebt.
  • Zorg dat het pand zo snel en veilig mogelijk wordt ontruimd.
  • Probeer dan pas de brand te blussen. Gaat dit niet, verlaat dan zelf ook het gebouw.

Hoe blus je?

  • Draai eerst de hoofdkraan helemaal open. De slang komt nu onder druk te staan. Controleer dit door de kraan op de spuitmond iets te openen.
  • Rol nu de slang geheel uit richting brand. Doe dat liefst niet alleen, maar met meerdere personen.
  • Zet de kraan van de spuitmond open op de sproeistraal.
  • Blus de brand.
Brandslang
Wij gebruiken cookies