Wil je veilig genieten van een paasvuur? Houd dan rekening met het volgende:
Zie je brand ontstaan buiten het paasvuur? Waarschuw direct de organisatie en bel 112.
Een paasvuur brengt risico’s met zich mee. Het vuur kan zich ongewenst uitbreiden en leiden tot een natuurbrand of schade aan gebouwen in de omgeving. Ook kunnen bezoekers of vrijwilligers gewond raken door vuur, hitte of rook. Bij langere periodes van droogte neemt het risico op natuurbrand toe en kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn, of kan het paasvuur zelfs niet doorgaan. De brandweer en de veiligheidsregio monitoren dit nauwkeurig en geven advies aan gemeenten en organisatoren.
De gemeente geeft vergunningen af, toetst de veiligheidsmaatregelen, houdt toezicht op de naleving van de regels en beslist of een paasvuur door kan gaan en onder welke voorwaarden.
De Veiligheidsregio geeft advies en houdt de natuurbrandrisico’s in de gaten.
De organisatie van het paasvuur is verantwoordelijk voor een veilig verloop. Zij moeten zich houden aan alle regels en voorwaarden.
Heb je vragen over het doorgaan van een paasvuur, bijvoorbeeld bij droogte of extra risico op natuurbrand? Neem dan altijd eerst contact op met de gemeente.
Bij een natuurbrandrisico fase 2 (verhoogd risico) zijn paasvuren extra gevaarlijk vanwege aanhoudende droogte. In deze fase gelden vaak strikte beperkingen: de stapelgrootte kan worden beperkt tot 500 in plaats van 1.000 of het paasvuur kan volledig worden verboden door de veiligheidsregio of gemeente.
Zorg dan voor een veilig evenement, zodat er geen ongelukken gebeuren en de bezoekers van het evenement kunnen genieten. En check bij jouw gemeente of je dit evenement moet daar moet melden en aan welke voorwaarden je dan moet voldoen. Verder hebben we nog wat tips voor je:
Denk vooraf na hoe mensen de rook kunnen ontvluchten. Hoe is de windrichting en waar kunnen de mensen het beste staan, zodat ze niet in de rook staan?
Mocht er naast het Paasvuur, ongewenst op een andere plek brand uitbreken, weet dan wat je moet doen. Wijs mensen aan die de omgeving in de gaten houden en in kunnen grijpen als het misgaat. Instrueer ze wat ze moeten doen, denk hierbij aan blussen als de brand beginnend en nog niet zo groot is of aan het bellen van 112. Zorg dat ze weten welke locatie ze moeten doorgeven aan de meldkamer.
Maak afspraken wie de hulpdiensten alarmeert en wie ze opvangt. Zorg ervoor dat de wegen vrij blijven, zodat de hulpdiensten makkelijk ter plaatse kunnen komen
Als het hard waait, dan brengt het aansteken van een Paasvuur extra risico’s met zich mee. Het vuur kan zich makkelijker verspreiden door de harde wind en rondvliegende vonken kunnen een brand op een andere plaats veroorzaken. Steek het Paasvuur niet aan als de windkracht hoger is dan 4 Beaufort.
Als het langere tijd droog is, is het ontstaan op een brand door vonken groter. Steek het Paasvuur in ieder geval niet aan als fase 2 voor natuurbrand is afgegeven. Lees hier meer over de fases van natuurbranden.