
Mariska werkt als specialist crisiscommunicatie bij Veiligheidsregio Twente en houdt zich daar bezig met multidisciplinaire oefeningen en crisisvoorbereiding. Daarnaast draait ze als vrijwilliger gewoon mee op de kazerne in Markelo. Dat betekent: oefenen, uitrukken en altijd voorbereid zijn op het onverwachte.
“Als de pieper gaat, sta je meteen aan en moet je meteen schakelen: kan ik gaan nú?” vertelt ze. “Dat blijft iets bijzonders. Die focus, die adrenaline en vooral het gevoel dat je het samen doet.” Juist die saamhorigheid is voor haar één van de mooiste kanten van het brandweervak. “Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten en als team vul je elkaar aan.”
Ook binnen het korps neemt Mariska haar moederinstinct mee. Ze noemt zichzelf lachend “een beetje de moeke van de groep”.
“Bij warm weer vraag ik meteen of iedereen genoeg gedronken heeft. Of ik let erop dat mensen wat eten.” Volgens haar zit zorgen voor anderen gewoon in haar karakter. Niet alleen thuis, maar ook tijdens inzetten en oefeningen. “Je doet het met elkaar. Dat is misschien wel de kracht van de brandweer.”
In vijftien jaar brandweer maak je best wat mee. Sommige incidenten blijven je altijd bij. Zo herinnert Mariska zich een heftige melding waarbij iemand te water was geraakt tijdens een feestavond in de regio. Onderweg leek het in eerste instantie een standaard melding, totdat bleek dat het om iemand ging die ze kende. “Dan komt het ineens heel dichtbij.”
Ook andere incidenten hebben indruk gemaakt. Niet alleen door wat er gebeurt, maar vooral door de verhalen erachter. “Soms hoor je achteraf pas de persoonlijke situatie van mensen. Dat neem je toch mee.”
Maar het zijn niet alleen de grote incidenten die haar bijblijven. Soms zit het verschil juist in de details.
“Onlangs werden wij opgeroepen om een ander korps af te lossen bij een brand. Wij hielpen met nablussen en sloopwerkzaamheden. Op een gegeven moment zag ik toch nog redelijk wat rook in een ruimte van de woning. Dat vond ik vreemd, omdat de brand eigenlijk al geblust zou moeten zijn.”
Die oplettendheid bleek belangrijk. Via een ventilatierooster was het vuur naar binnen geslagen, waarna poetslappen in een kastje langzaam waren blijven smeulen. “Als we dat niet hadden ontdekt, had de brand mogelijk weer kunnen oplaaien. Dat was wel een mooi moment waarop nieuwsgierigheid en alert blijven echt het verschil maakten.”
Juist dat soort momenten maken haar werk zo bijzonder. “Je beseft hoe belangrijk het is dat mensen op elkaar kunnen rekenen.”
De combinatie van moederschap, werk en de brandweer is niet altijd makkelijk geweest. Zeker toen de kinderen jonger waren, twijfelde Mariska soms of ze wel door moest gaan.
“Ik heb echt momenten gehad waarop ik dacht: misschien stop ik ermee.”
Door gemiste oefeningen, uitrukken en veranderingen binnen het vak voelde ze zich soms onzeker. Maar opgeven deed ze uiteindelijk niet. Ze ging opnieuw trainen, oefenen en investeren in haar vakbekwaamheid. “Ik weet wat ik kan. En ik weet ook dat je het nooit alleen hoeft te doen.”
Toen Mariska begon bij de brandweer, was ze de eerste vrouw op de kazerne in Markelo. Inmiddels ziet ze gelukkig steeds meer vrouwen binnen de brandweerorganisatie. Toch merkt ze dat veel vrouwen nog twijfelen. Onnodig, vindt ze zelf.
“Je hoeft echt geen bodybuilder te zijn om dit werk te doen,” zegt ze lachend. “Kom gewoon eens kijken of meedraaien. Je hoeft het niet alleen te doen, je bent een team.”
Op Moederdag hoeft het voor Mariska niet groots. Juist de kleine dingen betekenen het meest. “Laatst kwam mijn jongste met een briefje waarop stond: ‘Mama ik vind jou lief, ik hou van jou.’ Ja, dan smelt ik helemaal.”
En misschien typeert dat haar wel het beste: iemand die stevig in haar schoenen staat, klaarstaat voor anderen én tegelijkertijd de waarde ziet van juist die kleine momenten thuis.