21 maart 2022
Door regio: Midden- en West-Brabant

Faseringen voor natuurbranden waardevol

Natuurbranden zullen in de toekomst vaker voorkomen. Om natuurbranden en uitbreiding ervan tot een onbeheersbare brand te voorkomen, gebruiken we een operationele fasering. In de communicatie naar buiten zijn twee publieksfasen van toepassing. In Midden- en West-Brabant zijn deze operationele en publieksfasen per dag vanaf 2010 bijgehouden en hebben we deze gekoppeld aan 10,5 jaar GMS-data over natuurbranden. Zo konden we de feitelijke kans op natuurbranden en de kans op snelle uitbreiding van dergelijke branden per fase bepalen. Ron Roomer, adviseur natuurbranden bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant: “De operationele fasering helpt bij het bepalen van de kans op een onbeheersbare brand, maar we zien nog steeds (zeer) grote natuurbranden in een lage operationele fase. Juist deze branden zouden we beter moeten onderzoeken, om zo nog meer bij te dragen aan de onderbouwing van de operationele en publieksfase-indeling voor de brandweerpraktijk.”

Risico op natuurbranden neemt toe

Recent heeft de Europese Commissie aandacht gevraagd voor het toenemende veiligheidsrisico van onbeheersbare natuurbranden, samenhangend met klimaatveranderingen. Ook Nederland wordt in dit Europese rapport genoemd als effectgebied met een toenemend risico op dergelijke natuurbranden. Of een beginnende brand uitbreidt tot een onbeheersbare (zeer) grote brand hangt af van vele factoren: menselijk handelen, weersomstandigheden, vegetatie, grondcondities, bereikbaarheid van het gebied, snelheid van ontdekken en melden en effectiviteit van de brandbestrijding. Om de kans op snelle uitbreiding van een natuurbrand aan te geven, wordt per veiligheidsregio een operationele fasering gebruikt in vier categorieën van ‘laag’ tot ‘zeer hoog’. Dit gebeurt op basis van meetgegevens over windsnelheid, temperatuur, droogte, luchtvochtigheid, informatie van natuurbeheerders en waarnemingen in het veld. Deze operationele fasering kan dagelijks aangepast worden. De publieksfase voor de communicatie naar natuurbeheerders, recreatieondernemers en algemeen publiek wordt om middernacht aangepast. De publieksinformatie wordt in twee fasen weergegeven: fase 1 betekent een regulier risico en fase 2 betekent extra alertheid, met bijbehorende richtlijnen hoe te handelen zoals gecommuniceerd op www.natuurbrandrisico.nl.

Dirk Suchy, werkzaam bij het team Informatie, Onderzoek en Analyse van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant: “voor onze regio heeft mijn collega Ron Roomer de faseringen per dag vanaf 2010 bijgehouden en vastgelegd in een databestand. Dit bestand hebben we gekoppeld aan de geschoonde GMS-data van 10,5 jaar, de periode januari 2011 tot en met juni 2021, over natuurbranden. Ook kennen we de omvang van de natuurbrand. Op deze manier hebben we de feitelijke kans op een (zeer) grote) natuurbrand per operationele fase berekend en dragen we bij aan de onderbouwing van het gebruiksnut van deze fasering. Ron vult aan: “we werken nauw samen met de partners in de gebiedscommissies om een onbeheersbare natuurbrand te voorkomen en knelpunten in de natuurgebieden op te lossen. Omdat het risico op een natuurbrand in de toekomst toeneemt, is een dergelijke samenwerking des te meer van belang”.

7% dagen met operationele fase (zeer) hoog , vooral in april, mei en juli

In de periode van 10,5 jaar waren er in Midden- en West-Brabant 3554 dagen (93%) met operationele fase laag of regulier en 280 dagen (7%) met operationele fase (zeer) hoog. Deze dagen met operationele fase (zeer) hoog waren er vooral in de maanden april, mei en juli. Er waren in deze 10,5 jaar 464 natuurbranden. Het overgrote deel (80,4% ) van de natuurbranden vond plaats in de periode maart tot en met juli, met de grootste aantallen in de maanden april, mei en juni (zie onderstaand figuur). Dirk: “de (zeer) grote natuurbranden vonden vooral (20 van de 31) plaats in april en mei. Al deze data zijn van belang voor de planning van materiaal en menskracht”.

Bij veruit de meerderheid (93,3%; 433 van de 464) van de natuurbranden is het gelukt de omvang beperkt te houden tot een kleine of middelgrote brand. Bij 31 van de 464 natuurbranden (6,7%) moest opgeschaald worden tot een (zeer) grote brand.

Toelichting afbeelding: natuurbranden in beeld. Per maand over een periode van 10,5 jaar in Midden- en West-Brabant. Het percentage dagen per operationele fase en het percentage natuurbranden.

Bij operationele fasen (zeer) hoog is kans op kleine/ middelgrote natuurbrand meer dan 30%

De kans op één of meerdere kleine of middelgrote brand(en) in Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is bij operationele fase ‘laag’ 3,9% en bij fase ‘normaal’ 19,5%. In de operationele fasen ‘(zeer) hoog’ loopt deze kans op tot boven de 30% (zie onderstaand tabel). Ook de kans op (zeer) grote natuurbranden loopt op van 0,3% bij operationele fase ‘laag’ tot 4,3% bij fase ‘zeer hoog’’ Dirk: “Uit deze resultaten blijkt dat de operationele fasen ‘(zeer) hoog’ samengaan met een aanmerkelijke kans op een natuurbrand. We hebben deze kans niet verder onderzocht voor specifieke gebieden (1×1 kilometer) binnen ons werkgebied. Door een koppeling van de score op de Risico Index Natuurbranden met de exacte locatie van de natuurbranden kan, in de toekomst, een nog nauwkeuriger inzicht ontstaan in het risico op natuurbranden in specifiekere gebieden. Ook hebben we niet de specifieke voorspellers (denk aan soort vegetatie en de toestand van de bodem) van natuurbranden onderzocht zoals dat bijvoorbeeld in Portugal wel is gebeurd. Dat zijn allemaal nog mogelijkheden voor doorontwikkeling”.

Toelichting tabel: Het aantal dagen met een bepaalde operationele fase gedurende 10,5 jaar in Midden- en West-Brabant, en aantal (%) dagen met één of meer natuurbranden van een bepaalde omvang.

Leerpunten van (zeer) grote natuurbranden in operationele fase laag en normaal

21 van de 31 grote en zeer grote natuurbranden in die 10,5 vonden plaats in de operationele fase ‘laag’ of ‘normaal’. Meestal was hierbij ook de publieksfase ‘1’ en dus extra alertheid niet van toepassing,  “Deze lijst met 21 natuurbranden hebben we beschikbaar, zodat we na kunnen gaan wat verbetermogelijkheden zijn van de faseringen. Eén casus van een recente (zeer) grote natuurbrand op een dag waarbij operationele fase laag en publieksfase 1 in werking was, hebben we samengevat op basis van het korte verslag van de specialist natuurbrand. Zeker nu de risico’s op natuurbranden groter worden, kunnen we de leerpunten uit gedegen brandonderzoeken naar het brandgedrag gebruiken om nog beter voorbereid te zijn. Uitgebreid onderzoek naar het brandgedrag van grote natuurbranden tijdens de operationele fase ‘laag’ en ‘normaal’ gebeurt niet standaard. Het vaker uitvoeren van dergelijk natuurbrandonderzoek en het bij elkaar voegen van leerpunten uit meerdere branden is wenselijk gezien de verwachte toename van onbeheersbare natuurbranden”.

 

Dit artikel kwam tot stand door samenwerking van Dirk Suchy, Metha de Heer, Ron Roomer en Ike Kroesbergen.

Stel een vraag
Sluit stel een vraag box