Brandweer is ‘tweede baan’ voor Kim van Zee-Marchal

Bij nacht en ontij je bed uit om mens en dier te helpen. Nederland telt zo’n 19.000 mannen en vrouwen die als brandweervrijwilliger oproepbaar zijn. Zij combineren dit met hun gewone werk, thuissituatie en andere bezigheden. In deze serie vertellen vrijwilligers waarom zij de pieper altijd bij de hand houden. Kim van Zee-Marchal (35) uit Culemborg is pedagogisch medewerker. “Dat ik brandweervrijwilliger ben voelt als een tweede baan, maar nooit als een verplichting. Ik vind het geweldig om te doen.”

Kim van Zee – Marchal

  • 35 jaar
  • Werk: Pedagogisch medewerker buitenschoolse opvang en kinderdagverblijf
  • Hobby: Sinds 2006 manschap bij Brandweer Culemborg, Veiligheidsregio Gelderland-Zuid
  • Weetje: Is dochter van een brandweerman en leidt nu haar eigen dochter op bij de jeugdbrandweer

“Toen ik jong was lag ik naast de brandweerscanner. Mijn vader was jarenlang bij de brandweer namelijk. Hoe langer het riedeltje duurde van de scanner, des te meer voertuigen er opgeroepen werden. Dan wisten wij dat er veel stond te gebeuren”, vertelt Kim. Ze begon zelf bij de jeugdbrandweer en heeft nu in de kazerne van Culemborg de locker die haar vader jaren had. “We hebben nog wel drie maanden samen dienst gehad, samen geoefend, maar die uitruk samen is niet meer gelukt voordat mijn vader stopte. Ik kwam als kind ook altijd op de kazerne Culemborg. Nog steeds ben ik er graag. Misschien iets te graag. Soms mag ik wel een stapje terugdoen.”

Kim is namelijk niet alleen brandweervrijwilliger (manschap), maar ook oefenleider, jeugdleider, ambassadeur van Brandveilig Leven en in opleiding tot postinstructeur. Dat doet ze naast haar baan als pedagogisch medewerker bij kinderopvangorganisatie Kind & Co Ludens in Houten, op onder andere het kinderdagverblijf voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Daar mag en kan ze niet uitrukken als brandweervrijwilliger, omdat de regelgeving dat niet toestaat. “We hebben een bepaalde bezetting per groep en ik kan niet zomaar weglopen en de kinderen alleen laten. Maar dat is goed zo.”

Groen licht

Haar werkgever had in eerste instantie wel wat vragen over het brandweervrijwilliger zijn. “Met name over hoe het zou zijn als ik gewond zou raken tijdens een uitruk en dan zou uitvallen. De HR-afdeling van de Veiligheidsregio heeft toen opgebeld en uitgelegd wat voor regelingen daarvoor zijn. Daarna kreeg ik groen licht. Ze zijn er nu blij mee, want mijn BHV-pasje heb ik via de brandweer al. En tot op heden hebben ze er weinig last van. Na een uitruk in de nacht drink ik een paar koppen koffie extra en dan gaat het prima. Zolang ik maar niet stil ga zitten”, lacht ze.

Het lijken twee gescheiden werelden, maar toch lopen ze vaak in elkaar over. “De kinderen op de groep weten dat ik bij de brandweer zit. Als Brandweer Houten voorbij komt blazen dan sta ik echt wel met mijn kinderen even voor het raam. Collega’s en ouders vragen er ook weleens naar. Ik vertel dan wel wat, maar nooit details. Maar op de Dag van de Leidster ben ik als brandweervrouw ‘verkleed’ gegaan. Ik twijfelde nog tussen prinses of brandweer, maar mijn dochter zei meteen ‘mam jij bent echt geen prinses’”, lacht ze. Ook nam ze ooit alle kinderen van haar groep mee naar de kazerne in Culemborg voor een rondleiding. “De kinderen hebben de middag van hun leven gehad.”

Ballonnen

In het brandweerwerk komt haar ervaring ook goed van pas. “Als er bij een incident kinderen betrokken zijn dan roepen de mannen mij er vaak bij. Een tijd geleden was er een schoorsteenbrand. Ik kan net zo goed de schoorsteen ‘vegen’ op het dak, maar ik zat op mijn knieën op de stoep voor de kinderen van het gezin ballonnen te blazen van mijn nitril-handschoenen om ze zo gerust te stellen.”
“Ook hadden we een keer een melding van koolmonoxide in een woning. Het hele gezin was gelukkig al buiten toen wij aankwamen, maar de moeder stond met een baby op de arm die dringend een flesje nodig had. Toen heb ik in de keuken met ademlucht op een flesje melk staan maken. Dat is ook het mooiste van het brandweerteam; je maakt gebruik van elkaars sterke punten. In Culemborg hebben we een hele diverse ploeg en dat werkt fijn.”

Geen verplichting

Kim is ook enorm actief bij de jeugdbrandweer. Voor een groep kinderen staan is haar niet vreemd, al doet ze het liever niet bij haar eigen dochter die nu ook bij de jeugdbrandweer zit. “Ik wil niet haar begeleider zijn. Ik ben haar moeder, niet haar juf.” Dat betekent elke maandagavond oefenavond met het korps en elke donderdagavond oefenavond voor de jeugd meedraaien. Daarnaast doet ze als het even kan mee aan brandweerwedstrijden en volgt ze nu een opleiding tot postinstructeur. “Het voelt wel als een tweede baan, maar nooit als een verplichting. Als het wel zo gaat voelen moet je stoppen. Natuurlijk sta ik ook weleens te mopperen als ik heel vroeg op zaterdagochtend klaar moet staan voor een dag oefenen op een realistisch oefencentrum in Duitsland, maar als ik daar weer loop vind ik het geweldig. Zolang ik dat gevoel heb is het goed.”

Zelf begon ze ook bij de jeugdbrandweer en stroomde meteen op haar achttiende door naar het volwassen korps. “Ik ben er alleen tijdens mijn zwangerschap tussenuit geweest, nu bijna twaalf jaar geleden. Ik was toen in onze regio de eerste vrouw en ze wisten niet meteen wat ze ermee moesten. Ik merkte het bij een uitruk. Ik liep bij een inzet de kaasfabriek in Culemborg in en kotste meteen een prullenbak onder van de lucht… Toen adviseerde een vrouwelijke bevelvoerder maar een zwangerschapstest te doen. Ik ben in overleg meteen van de uitruk gehaald. Maar ik ben wel elke oefenavond blijven komen op de kazerne, want anders werd ik gek op maandagavond thuis”, lacht ze.

Brandweerfamilie

“Dat vindt mijn man niet vreemd, want ook hij zit bij de brandweer. Dat betekent thuis wel plannen. Maandagavond past oma op zodat we naar de oefenavond kunnen. We werken in Culemborg met drie uitrukploegen en wij zitten in dezelfde maar gaan niet tegelijk de auto op. We wisselen de weken af. En als ik onder de douche sta rent William de deur uit. En andersom doe ik dat bij reanimaties, die vindt hij minder fijn om te doen. We zijn zo echt een brandweerfamilie.”
Die benaming is ook van toepassing op de brandweer. “Je gaat letterlijk en figuurlijk door het vuur voor elkaar. Dat merkten we ook toen een brandweercollega jong overleed. Hij was een goede vriend van mij. Toen ik het hoorde heb ik mijn pieper door de kazerne gesmeten. We hebben met zijn allen een mooie begrafenis met korpseer voorbereid. We waren als korps al hecht, maar die gebeurtenis heeft ons wel closer gemaakt.”


Tekst: Linda Blok / TekstBlok
Foto’s: Bastiaan Miché / Foto Miché
Mei 2023

Zie ook

Stel een vraag
Sluit stel een vraag box