Voor bijna iedereen in de regio was De Bonte Wever een plek met herinneringen. De voormalige bontweverij werd in de jaren tachtig opgekocht door Hennie van der Most. Concerten van BZN en Normaal, de eerste houseparty’s, bruiloften waar je zo binnen kon lopen, poffertjes eten, een bioscoopje pakken. “Het was altijd bizar gezellig,” zegt Jelle. “Iedereen uit de omgeving van Slagharen kende die plek.” Ook voor Eddy was De Bonte Wever vertrouwd terrein. Niet alleen als bezoeker, maar ook als brandweerman. “Wij stonden daar vaak als brandwacht,” vertelt Eddy. “Even vooraf een rondje: vluchtroutes checken, pallets met stenen bij de deur weg laten halen. Dat hoorde er gewoon bij.” Jelle knikt: “En die klinkertjes in de gangen van het gebouw, die lagen altijd los omdat er geen zand tussen zat. Dat hoorde je meteen.” Dat juist díe plek, het hart van Slagharen, op maandag 7 mei 2001 volledig zou afbranden, had niemand kunnen bedenken.

V.l.n.r.: Barry, Eddy en Jelle
Net na de middag gingen de piepers. Ook Barry weet het nog goed. Het was 13.20 uur. “Ik was toen regionaal officier van dienst,” zegt hij. “Formeel had ik nog geen rol, maar de brand werd snel opgeschaald. Ik ben erheen gereden. Ik voelde: dit wordt groot.” Bij Jelle kwam de melding binnen met toen nog gesproken woord. “Een stormvloed aan codes. Zóveel riedeltjes. Ik werkte toen in Ommen. Ik ben in die periode maar één keer tijdens mijn werk weggegaan voor een brand, en dat was deze. Dan weet je gewoon… dit is serieus. De hele regio werd opgeroepen.” Eddy herinnert zich hetzelfde gevoel.
Op het eerste gezicht leek het nog mee te vallen. “Je zag alleen rook,” vertelt Barry. “Ik kwam Van der Most nog tegen. Die vroeg: ‘Gaat het?’ En ik zei: ‘Ja hoor, het gaat.’ Maar ondertussen moest je beslissen: blijven we binnen of niet?” Die beslissing viel snel. “Het pand was veel te link,” zegt Barry. “Dat risico kon je niet nemen.” Eddy stond ondertussen al op het dak. “Via trappen aan de zijkant. De brand zat daar al zeker twintig meter verderop, maar dat zag je niet. Al die oude nissen van vroeger, daaronder zat het vuur al.” Binnen was de situatie verraderlijk. “Er is nog een ploeg bij de bioscoop naar binnen gegaan,” vertelt Jelle. “Die werden ingehaald door zwarte rook.”
Wat volgt, staat bij alle drie in het geheugen gegrift. “Het rookte gigantisch,” zegt Jelle. “En toen kwam die explosie. Een deur van acht meter breed klapte eruit. Na die knal moesten we rennen om op afstand te komen.” Biervaten vlogen door de lucht. “Die stonden aan de zijkant van de opslag,” vertelt Eddy. “Ze kwamen over ons heen vliegen.” Jelle: “We stonden met een hele kluit brandweerlieden onder dekking bij een stroomhuisje op de rand van de parkeerplaats.”
Tijdens de inzet bij de Bonte Wever ontstaat er plotseling onrust aan de rand van het terrein. “Op een gegeven moment hoorden we dat er een boerderij in brand stond,” vertelt Jelle. “Zo’n 400 meter verderop. Dat verwacht je gewoon niet.” Barry vult aan: “Normaal gesproken reken je met vliegvuur tot vijftig meter. Bij natuurbrand misschien honderd. Dit lag daar vér buiten.” Toch bleek de dreiging reëel. Door de harde oostenwind en rondvliegende delen, waaronder biervaten, sloeg het vuur over. De boerderij, met een rieten kap, vatte vlam. “Geen houden aan,” zegt Jelle. “Die rieten kap, dat was gewoon klaar.” Een ondersteuningspeloton werd direct ingezet. “Eerst een blusvoertuig met aanvullend materieel,” vertelt Barry. “Later ook ploegen uit andere regio’s.”
Barry vervulde die dag drie rollen tegelijk: leider CoPI, officier van dienst en compagniecommandant. “Dat was achteraf eigenlijk niet te doen,” zegt hij eerlijk. “Het CoPI kraakte in z’n voegen maar bleef wel functioneren. Het totaalplaatje was ik op een gegeven moment wel kwijt. En ondertussen moest je ook nog afstemmen met politie en ambulance.” De commandopost werd drie keer verplaatst. “Eerst stonden we verkeerd in de wind,” vertelt Barry. “Later weer ergens anders.” Communicatie was een groot probleem. “Het was het analoge tijdperk,” zegt Jelle. “Vier kanalen, meer niet. Alles zat vol. Als er een alarmering uitging, kon je de meldkamer niet eens bereiken.” Ook daar was het zwaar. “Met z’n tweeën in de meldkamer,” zegt Jelle. “Zonder back-up. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.” Het overzicht was lastig te houden. Jelle vervolgt: “Nadat we wisten dat de boerderij in lichterlaaie stond, ging iedereen daar kijken wat er aan de hand was. Bij de Bonte Wever zelf konden we namelijk niks meer doen.” Eddy vult aan: “Dat voelde inderdaad heel wrang. Je staat met zóveel voertuigen en mensen, en toch kun je zo’n woning niet redden.” De brand bij de boerderij benadrukte nogmaals hoe extreem deze inzet was. En hoe grillig het vuur zich die dag gedroeg.
Uiteindelijk werden ongeveer 350 brandweermensen ingezet, verdeeld over meerdere compagnies en pelotons uit onder andere IJsselland, Twente, Drenthe, Flevoland en de Stedendriehoek. “Die oostenwind die richting de weilanden ging is onze redding geweest,” zegt Eddy. “Als de wind de andere kant op had gestaan, had het hele dorp onder de rook gestaan.” Toch bleef de situatie ongrijpbaar. “Je zag ergens rook,” zegt Eddy, “en dan bleek de brand alweer 20 meter verder te zitten.” Jelle: “Je blijft denken: dit stopt zo wel. Maar uiteindelijk ging het hele pand eraan.” Om 15.30 uur sloegen de vlammen zichtbaar naar buiten. “Toen wist ik: dit gaan we niet meer redden,” zegt Barry. “Het hele hotel ging verloren.”
Wat overbleef was machteloosheid. “Na die explosie stond je met ruim 50 man te kijken,” zegt Jelle. “Je kon niks meer.” Eddy: “Tja, wat doe je met een straal water in zo’n vuurzee?” De impact op Slagharen was enorm. “Je haalt het hart uit het dorp weg,” zegt Barry. “Huilen stond nader dan het lachen bij omstanders.” Eddy voelt dat nog steeds. “Ik mis De Bonte Wever. Als ik erlangs kom, denk ik nog steeds: zo jammer. Zoveel mensen werkten daar. Het halve dorp was afhankelijk van de Bonte Wever.” Vandaag de dag staat er een woonwijk. Straatnamen als Bonte Weverstraat, Spoelenstraat, Getouwenstraat en de Sterkerijstraat houden de herinnering levend. “Het is bijzonder,” zegt Jelle. “Iedereen wist daar de weg. Iedereen was er wel eens geweest.” 25 jaar later blijft het een brand die indruk maakt. “Een wonder dat er geen gewonden zijn gevallen,” zegt Eddy.