Soorten brand


Er zijn verschillende soorten brand. Die moet je allemaal op een andere manier blussen.

Binnenbrand
Een binnenbrand is een brand in een gebouw. Voorbeelden van een binnenbrand zijn onder meer: een woningbrand, een hoogbouwbrand, een industriebrand en een kelderbrand. Een brand in een hoog gebouw, fabriek of kelder is extra moeilijk voor de brandweer. Hiernaast en hieronder lees je er meer over.

 

Woningbrand

Het belangrijkste gevaar van een woningbrand is dat er mensen in huis kunnen zijn. Vooral ’s nachts als mensen slapen. De brandweer moet dus zo snel mogelijk weten of er mensen binnen zijn zodat ze die kunnen redden.

Hoogbouwbrand

In een flat wonen meestal heel veel mensen. De brandweer moet dan eerst zorgen dat al die mensen veilig naar buiten kunnen komen. Is de flat erg hoog, dan kan het moeilijk zijn om slangen en water naar boven te krijgen. Is een flat hoger dan 30 meter, dan kan de autoladder van de brandweer niet hoog genoeg komen. Als het gebouw hoger is dan 70 meter, moet er een speciale voorziening voor bluswater zijn.

Industriebrand

Fabrieken zijn vaak groot en onoverzichtelijk. Vaak zijn er wel brandslangen en brandblussers aanwezig. Zo kunnen de mensen die er werken zelf alvast beginnen met blussen. Sommige bedrijven hebben zelfs een eigen bedrijfsbrandweer. Dat is zeker zo als er in de fabriek met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. De bedrijfsbrandweer is dan speciaal opgeleid en heeft ook speciale apparatuur.

Kelderbrand

Omdat een kelder altijd onderin een gebouw of huis zit, moet je een trap af om erin te kunnen. Er zijn meestal geen ramen. Doordat warmte omhoog stijgt, is het al snel erg heet op de trap. Het valt dus niet mee voor de brandweer om beneden te komen. En zodra ze gaan blussen, zal de kelder vol komen te staan met kokend hete stoom. Ook dat is gevaarlijk voor de brandweer.

Buitenbrand
Dit is een brand in de openlucht, bijvoorbeeld een bosbrand of een bermbrand. Een brand in de openlucht heeft als voordeel dat er weinig hitte blijft hangen. Maar het nadeel is dat er veel zuurstof bij de brand komt, zodat de brand snel groter wordt. Zeker als het hard waait.

Natuurbrand

Een natuurbrand kan zijn een bosbrand, heidebrand, veenbrand of duinbrand. Vaak is er geen water om te blussen in de buurt. De brandweer moet het water dus van veraf aanvoeren met tankauto’s. Soms storten ook blusvliegtuigen in één keer een grote hoeveelheid water uit over de brand. Ook kan de brandweer het vuur proberen uit te slaan met vuurzwepen. Natuurbranden zijn dan ook erg moeilijk te blussen. Bij een bosbrand verspreidt de brand zich snel door alle struikjes en takjes op de grond. Bij hei of veen gaat het vuur ook onder de grond verder. Daarom moet je ook heel erg oppassen met vuur in de natuur!

Bermbrand

Een berm is een strook grond langs een weg of spoorweg. Dit ligt vaak wat hoger en dus ook hoger boven het grondwater. Daardoor is de grond en het gras of de planten erop vaak vrij droog. Een berm kan zo makkelijk vlam vatten. Vaak ontstaat een bermbrand door een weggegooide sigaret of vonkjes van de remmen van een trein.


Voertuigbrand
Dit is een brand in bijvoorbeeld een auto of vrachtwagen. Een autobrand is meestal niet zo groot. Het belangrijkste gevaar is de benzine- of gastank. Ook kunnen de banden van de auto ontploffen. Een vrachtwagenbrand is gevaarlijker. Al was het maar, omdat een vrachtwagen meer brandstof aan boord heeft. En soms ook een brandgevaarlijke lading.

Scheepsbrand
De moeilijkheid van een scheepsbrand is vaak dat het schip lastig is te bereiken. Het schip ligt bijvoorbeeld op zee. Een schip is opgedeeld in verschillende ruimtes en vaak gebouwd van staal. Dit betekent dat de ruimte waarin er brand is, heel erg heet kan worden. En doordat het staal dan ook heel heet wordt, kan ook de ruimte ernaast in brand raken.

Door de ingewikkelde indeling van een schip, is de brand moeilijk te vinden voor de brandweer. En als de brandweermensen naar binnen gaan, moeten ze ook weer goed de weg terug weten! Door het blussen met water kan het schip ook nog eens zinken, door midden breken of kapseizen.

Vliegtuigbrand
Het blussen van een vliegtuig is ook speciaal werk. In een vliegtuig kan namelijk heel veel brandstof zitten. Het vuur moet dan ook zo snel mogelijk worden bedwongen. Elk vliegveld heeft daarom een eigen brandweer, met speciale voertuigen, die crashtenders heten. Deze wagens kunnen heel veel water meenemen. Er zitten een paar waterkanonnen op. Hiermee kunnen ze vanaf een hele grote afstand al beginnen met blussen. Zelfs als ze nog rijden!

soorten-brand.jpg
voertuigbrand.jpg
Wij gebruiken cookies