De Handreiking

Eén van de vernieuwingen die de wet Veiligheidsregio’s introduceert, is het regionaal risicoprofiel. Binnen zes maanden na invoering van de wet moeten de veiligheidsregio’s over een risicoprofiel beschikken, dat samen met alle relevante partners is opgesteld. De Handreiking Regionaal Risicoprofiel helpt bij het opstellen ervan. 

Waarom een landelijke handreiking?

De Handreiking Regionaal Risicoprofiel biedt de veiligheidsregio’s een uniforme methodiek om een risicoprofiel op te stellen. Met deze unité de doctrine is een efficiencyslag gemaakt, omdat de 25 veiligheidsregio’s niet ieder voor zich een eigen methode hebben hoeven ontwikkelen. Bovendien worden de regionale profielen onderling vergelijkbaar. Dit is noodzakelijk om de profielen bovenregionaal op elkaar te kunnen afstemmen, zoals wettelijk wordt verplicht.

Uniforme aanpak

Verder is een uniforme aanpak een belangrijke randvoorwaarde voor de rijksoverheid om zo regie te kunnen voeren op de Nationale Veiligheid. De Handreiking Regionaal Risicoprofiel sluit nauw aan op de methode van de Nationale Risicobeoordeling. Hierdoor is een direct verband gelegd tussen nationale en regionale analyses. Regio’s moeten immers weten wat de gevolgen kunnen zijn van nationale crises en omgekeerd moet de rijksoverheid haar nationale veiligheidsbeleid mede kunnen baseren op regionale risico’s met mogelijke nationale uitstraling.

De handreiking is een dynamisch instrument. Op basis van de regionale leerervaringen wordt de methode in de toekomst verder aangescherpt. Deze leerervaringen worden gebundeld en gedeeld in het gebruikersplatform.

De handreiking bestaat uit zes delen:

I Verantwoording
In dit deel treft u informatie aan over de totstandkoming en de realisatie van de handreiking. Ook worden in dit deel de wettelijke kaders beschreven.

II Methodiekboek
Welke stappen zijn nodig om te komen tot een regionaal risicoprofiel? Het methodiekboek beschrijft de methode die wordt gebruikt. Speciaal hiervoor is ook een quick start ontwikkeld. De quick start maakt in één oogopslag helder wat er gedaan moet worden en ondersteunt de regionale projectgroepen bij de realisatie van het risicoprofiel.

III Werkboek
Het werkboek biedt de regionale projectgroep praktische ondersteuning bij het ontwikkelen van het risicoprofiel.

IV Crisistypen
Conform de Wet Veiligheidsregio’s moeten alle regio’s beschikken over een overzicht van typen branden, rampen en crises die zich in een regio kunnen voordoen. Hiervoor is een landelijk uniform overzicht van ‘crisistypen’ ontwikkeld, als opvolger van de 18 maatramptypen. Dit deel van de handreiking geeft een beschrijving van alle crisistypen.

V Capaciteitenlijst
Dit deel is een hulpmiddel bij de regionale capaciteitenanalyse op basis van het risicoprofiel. Het geeft een systematische overzicht van de soorten capaciteiten op het niveau van beleidsdoelen die worden nagestreefd en daarbinnen de werkgebieden (maatschappelijke sectoren) die daarbij betrokkenheid hebben.

VI Bijlagen

Risico-inventarisatie

De eerste stap van het risicoprofiel is inzicht verkrijgen in de aanwezige risico’s. Belangrijke basis hiervoor is de provinciale risicokaart. Waar nodig worden de beschikbare gegevens aangevuld, juist om te komen tot de doorontwikkeling van ‘ramp’ naar het bredere begrip ‘crisis’. Daarnaast moet een toekomstverkenning worden uitgevoerd van demografische en ruimtelijke ontwikkelingen die het risicoprofiel de komende vier jaar kunnen beïnvloeden.

Centrale vragen:
Wat kan ons overkomen?

  • Welke risicovolle situaties zijn er in de regio en omliggende gebieden aanwezig? (hoofdstuk 1)
  • Welke toekomstige ontwikkelingen kunnen zich daarin voordoen? (hoofdstuk 2)
  • Welke soorten branden, rampen en crises kunnen zich in de regio en omliggende gebieden voordoen? (hoofdstuk 3)

Risicoanalyse

De geïnventariseerde risico’s worden door een multidisciplinair expertteam teruggebracht tot realistische scenario’s. Deze worden conform de nationale methode tweedimensionaal beoordeeld, enerzijds op ‘impact’ (o.a. doden, gewonden; schade aan economie, ecologie, cultureel erfgoed etc.) en anderzijds op waarschijnlijkheid. Deze score is voor het bestuur van belang om te kunnen bepalen of een risico extra aandacht en inzet van de veiligheidsregio behoeft. 

Centrale vragen: 

  • Hoe erg is dat wat ons kan overkomen? (risicoanalyse)
    • Hoe groot is de impact als een brand, ramp of crisis zich voordoet? (hoofdstuk 5)
    • Hoe groot is de waarschijnlijkheid dat een brand, ramp of crisis zich voordoet? (hoofdstuk 6)
  • Wat doen we nu al aan deze risico’s? (capaciteiteninventarisatie, hoofdstuk 7)
  • Welke risico’s zouden nog meer aandacht moeten krijgen? (hoofdstuk 8)

Capaciteitenanalyse

De derde stap betreft het analyseren van het bestuurlijk handelingsperspectief: welke mogelijkheden zijn er om de risico’s, die het bestuur in de vorige stap als belangrijk heeft aangemerkt, te voorkomen of reduceren (risicobeheersing) en op welke punten kan het repressieve optreden van de veiligheidsregio’s en haar partners worden verbeterd (crisismanagement)? Deze analyse levert een integraal advies op over generieke en specifieke beleidsmaatregelen in alle schakels van de veiligheidsketen, waaronder nadrukkelijk ook risicocommunicatie en het vergroten van zelfredzaamheid.

Centrale vraag: 

  • Wat zouden we nog meer aan de risico’s kunnen doen? (hoofdstuk 9 en 10)

In het beleidsplan van de veiligheidsregio wordt uiteindelijk vastgelegd welke maatregelen het bestuur in samenwerking met haar partners heeft gekozen. De mate van uitvoering daarvan wordt meetbaar in de volgende versie van het risicoprofiel: de nieuwe analyse laat zien of de maatregelen inderdaad tot resultaat hebben geleid.

Wij gebruiken cookies