Onvoorbereid

Marcel / Utrecht / donderdagavond 23.09 uur


‘Jongens, standaardprocedure: de nummers één en twee gaan de ladderwagen assisteren, de andere twee gaan met mij mee naar binnen.’

Eigenlijk hoef ik de taakverdeling helemaal niet door te nemen met mijn ploeg, maar voor de volledigheid doe ik het toch.We zijn op weg naar een heel alledaagse melding: afhijsing, prio 1. Dat betekent dat de ambulancedienst om onze assistentie heeft gevraagd, omdat zij een patiënt zelf niet uit een huis kunnen krijgen. Meestal gaat het om een trapgat dat te klein is voor een brancard, of om een corpulente patiënt.Wij rukken in zo’n geval uit met een ladderwagen voor het hijsen en een tankautospuit voor assistentie daarbij.

Ik frons als we met zwaailichten en sirene de straat binnenrijden. Eén ambulance had ik verwacht, een tweede voor assistentie is ook niet vreemd, maar vier ambulances en drie politieauto’s…‘Hier is meer aan de hand’, zeg ik tegen de ploeg, terwijl ik de adrenaline door mijn lijf voel gaan. We zetten de auto stil naast de ladderwagen en stappen snel uit. Twee jongens gaan assisteren bij het opbouwen van de ladder, de twee anderen lopen achter mij aan. Ik haast me naar de voordeur. Een ambulancemedewerker komt naar buiten rennen en duwt me aan de kant: ‘Laat me erdoor!’ 

Ik kijk verontrust. Ik zie ambulancemedewerkers zelden rennen n de blik in de ogen van de man zegt genoeg. In de huiskamer staat de familie, huilend, in paniek. Er is politie bij. Ik loop terug naar de gang. Er komt nog een ambulancemedewerker naar beneden hollen om extra spullen te halen. Het is een klein huisje en boven moet het vol zijn met al die hulpverleners. Ik draai me om naar de jongens. ‘Blijf maar even beneden, dan ga ik
eerst kijken wat er aan de hand is.’ Ik loop de trap op. In de slaapkamer staan en zitten de andere
ambulancemedewerkers en een trauma-arts rondom een vrouw die op het bed ligt, in een enorme plas bloed. Ze is naakt, zie ik in een flits. Ik registreer dat er iets op de grond ligt, het lijkt een pop. Er zit een ambulanceverpleegkundige naast die roept: ‘Kijk uit dat je er niet op gaat staan!’ en daarna wenkt een andere ambulance-medewerker me.

‘Brandweer! Reanimeren!’

Ik neem zijn plek over en begin met hartmassage, terwijl weer een andere ambulancehulpverlener bij het hoofd van de vrouw zit en haar met een ballon beademt. Ze is niet bij kennis en ziet heel erg bleek. Ik kijk vluchtig om me heen en zie dan dat wat ik net voor een pop heb aangezien, een pasgeboren baby’tje is. Het begint tot me door te dringen dat hier tijdens een bevalling iets heel erg mis is gegaan.Vanuit mijn positie kan ik het niet goed zien, maar het lijkt erop dat de vrouw een flinke buikwond heeft.

Terwijl ik hartmassage geef, bedenk ik dat ik eigenlijk de twee jongens moet aansturen, die beneden op mij staan te wachten.We moeten alles nog klaarmaken om deze patiënte zo meteen uit het raam te takelen. Gelukkig zie ik het tweetal net op dat moment naar boven komen, omdat ze al hadden begrepen dat ik nu niet naar beneden kan komen.

‘Neem het van mij over!’ roep ik.

Een van de twee neemt mijn plek in, met de andere ga ik aan de slag. Met een hamer slaan we het slaapkamerraam eruit, daarna maken we beneden bij de ladderwagen de brancard klaar. Eén ambulance
vertrekt met sirenes en als ik de slaapkamer binnenkom, zie ik de baby niet meer. Heel even sta ik stil op de gang. Een politieagent komt met twee familieleden naar boven. Ze doen een van de andere deuren open, ik loop mee en zie nog drie andere deren, kalm slapend in hun bedjes.

‘Moeten we ze eruit halen?’ vraagt een van de vrouwen vertwijfeld. Ik schud mijn hoofd.‘Zolang ze slapen, zou ik ze laten liggen.’ Ze knikt.We lopen de gang weer op en trekken zachtjes de deur dicht. De rust in de kinderkamer staat in schril contrast met de hectiek in de kamer ernaast. Een hele groep hulpverleners vecht
voor het leven van de vrouw. Overal zie ik slangen en apparaten. Ze wordt aangesloten op de automatische hartmassage en op de brancard gelegd. Vlot hijsen we die uit het raam. Ook beneden gaat het razendsnel, vrijwel meteen ligt de vrouw in de ambulance die met gillende sirenes richting het ziekenhuis gaat. Een andere
ambulance gaat er met een paar familieleden achteraan.

Dan ineens is het stil. Het eerste moment waarop we even kunnen ademhalen en ons realiseren wat er net is gebeurd. Van een standaardmelding zijn we terechtgekomen in een van de meest heftige situaties die ik ooit heb meegemaakt. Onvoorbereid.

‘Wat was hier aan de hand?’ vraag ik aan een van de politieagenten.

Hij haalt diep adem. ‘De oorzaak weet ik ook niet, maar in elk geval is er iets fout gegaan tijdens de bevalling en heeft de trauma-arts een acute keizersnee moeten uitvoeren.’ Ik werp een blik op de grote plas bloed en heb nog steeds moeite om te beseffen waarin ik net ben beland.

Ons werk zit erop. De politie neemt de leiding in huis over. De familie moet worden opgevangen, er komt een schoonmaakploeg, het raam moet worden afgetimmerd. Wij pakken onze spullen en stappen in de auto. Onderweg naar de kazerne is het stil. Eenmaal op onze post bespreken we wat we hebben meegemaakt.
Hoe heftig het is om met een andere voorstelling van zaken terecht te komen in zo’n situatie. Bovendien komt het bericht door dat de vrouw onderweg naar het ziekenhuis is overleden. Er blijken veel vragen te zijn bij de ploeg. Wat was er met deze vrouw aan de hand? Dat weet ik niet precies, maar dat het om een ernstige complicatie bij een bevalling ging, is wel duidelijk.

Het is diep in de nacht als we uiteindelijk onze koffiebekertjes in de prullenbak gooien. De inzet is heftig geweest, maar we hebben met z’n allen vastgesteld dat er technisch gezien niks op aan te merken viel. Dat helpt bij de verwerking, net als het feit dat we en paar dagen later te horen krijgen dat het pasgeboren jongetje
het heeft overleefd.

Schrijfster Mariëtte Middelbeek legt in het boek op beeldende wijze de verhalen vast van vijftien brandweercollega’s uit diverse regio’s, van uitruk tot meldkamer en preventie, oud en jong, man en vrouw en met veel en weinig dienstjaren. “Door de verhalen heb ik een heel mooi beeld gekregen van wat de brandweer allemaal doet. Het is veel meer dan ik had vermoed. Enorme branden en grote ongevallen, maar ook 97 kalveren in een gierput of een man die niks weg kon gooien, met alle gevolgen van dien,” vertelt zij vol enthousiasme.

Alle verhalen lezen? Het boek is te bestellen bij Uitgeverij Marmer

Delen