12 juli 1968: Explosie bij tanker Aqua Clara

“Hoewel het bedrag van de schade officieel nog niet bekend is, mag worden aangenomen dat hiermee vele honderdduizenden guldens zijn gemoeid”, kopt het Leidsch Dagblad op 12 juli 1968.

Enkele uren eerder, om kwart over 5 ’s ochtends, schrikt Schiedam wakker van een enorme knal. Aan boord van de tanker Aqua Clara, die op dat moment bij een schoonmaakbedrijf wordt ontdaan van olieresten, vindt een zware explosie plaats. Omdat het schoonmaakwerk achter loopt op schema wordt er ’s nachts een ploeg ingezet die met behulp van extra verlichting doorwerkt. Een beschadigde kabel van één van de lampen zorgt daarbij waarschijnlijk voor een vonk, die de bij de schoonmaak vrijgekomen gassen laat ontbranden.

De zijkant wordt uit het schip geblazen, een gat van 40 bij 15 meter blijft achter. Een ooggetuige meldt in het Leidsch Dagblad: “Het was even stil. Toen hoorden we een ontzettend geschreeuw”. De explosie veroorzaakt flinke paniek en aanzienlijke schade aan woningen en bij omliggende bedrijven. Geparkeerde auto's in de wijde omgeving liggen bezaaid met gruis en stenen. Enkele havenwerkers worden overboord geslingerd en worden opgepikt met door sleepboten. De brandweer en andere hulpverleners zetten een grote zoektocht op naar zes vermisten, die later blijken te zijn overleden.

Bronnen: Leidsch Dagblad; mediatv.nl.

Tanker2

Delen