De impact van PTSS

‘Ik vond dat ik gewoon mijn werk moest doen’

Brandweermensen vragen niet om hulp. Ook Ed Wijland niet, al voelde hij zich al tijden wantrouwend, verdrietig en boos, en bleven de ingrijpende gebeurtenissen zich opstapelen. Totdat hij in 2016 zijn zoon verloor en overspannen raakte. Via Steunpunt Brandweer kwam hij bij het Sinaï Centrum terecht, waar bleek dat hij al zeker tien jaar kampt met posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Als een dampende brei in zijn hoofd, waarvan er telkens stukjes loskomen. Zo omschrijft Ed Wijland (65) het menselijk leed dat hij in zijn 44 hulpverlenersjaren heeft gezien en opgekropt. Eerst als ‘jochie van 17’ bij Defensie, toen 33 jaar bij Brandweer/Ambulance en tot slot tien jaar als chauffeur
bij een huisartsenpost.

Opeenstapeling

Het eerste ongeluk dat hij als jonge, onervaren hulpverlener meemaakte, was een kind dat onder de bus was geraakt. ‘Daarna volgde een opeenstapeling van ellende. Het enige leuke waren bevallingen in de ambulance.’ Daarover vertelde Ed wel thuis, verder sprak hij nooit over zijn werk. ‘Ik ben geen prater, maar ik was ook altijd bang. “Als ik ga zaniken, dan word ik eruit gekegeld”, dacht ik. En dat kon ik me niet permitteren met een gezin.’

Niets verteld

Dus was Ed het ene moment een brand aan het blussen of een auto aan het openknippen, en zat hij een half uur later, bij wijze van spreken, thuis aan de boerenkool. ‘Mijn ex-vrouw zag me een keer groot in beeld op de voorpagina van de Telegraaf, op de snelweg na een enorme botsing. “Waarom heb je niets verteld?”, vroeg ze dan. En ze had gelijk natuurlijk. Ik deelde niets. Zo’n raar leven, als ik er nu over nadenk. Maar ik vond dat ik gewoon mijn werk moest doen. Ondertussen blijven alle beelden door mijn hoofd rammelen natuurlijk.’

Ook voor oud-collega's

Psychosociale klachten openbaren zich vaak pas na jaren. Mogelijk werk je dan al niet meer bij de brandweer. Daarom is het Steunpunt Brandweer er ook voor oud-collega’s.

Machocultuur

Om zich heen zag Ed collega’s geregeld vastlopen. Zelf maakte hij privé een moeilijke tijd door, die in 2000 resulteerde in een scheiding van zijn vrouw. ‘Maar we opereerden in een soort machocultuur van “niet zeuren, maar poetsen”. We bemoeiden ons niet erg met elkaar, zeker niet met elkaars emoties.’

Omdat de ploegendiensten - 24 uur op de kazerne, 48 uur af, afgewisseld met dagdiensten - hem steeds zwaarder vielen, maakte hij na 22 jaar de overstap naar de Technische Dienst. Dat bracht meer dagelijkse structuur en was zonder het ambulancewerk minder belastend, maar gaf hem - door een stroeve relatie met zijn leidinggevende - niet de ‘lucht’ die hij zich gewenst had.

Buitenspel

Gedesillusioneerd verliet Ed in 2009, na 33 dienstjaren, de brandweer. Hij ging aan de slag als huisartsenchauffeur en vond daarin - ondanks zijn toenemende wantrouwen en slapeloosheid - aardig zijn draai. Totdat in 2016 zijn zoon van 31 verongelukte. Tijdens een rondreis in Bosnië, waar hij tien jaar eerder gediend had als militair. Deze klap zette Ed buitenspel. 
‘Ik raakte overspannen, maar viel in mijn werk ook nog eens in een put van onbegrip. Er werd zo gek gereageerd. Ik mocht twee keer naar de bedrijfsarts, daarna moest ik weer snel re-integreren.’

Gouden greep

In eerste instantie deed Ed wat hij zijn leven lang gewend is: doorgaan, alleen. Totdat een collega hem wees op Steunpunt Brandweer. ‘Dat was een gouden greep. Maatschappelijk werkster Daphne Knapp pakte me meteen bij de haren en zei: “Jij hebt hulp nodig”.’ Ed kreeg een doorverwijzing naar het Sinaï Centrum in Amersfoort, gespecialiseerd in traumaverwerking.

Na een uitgebreide intake, viel al gauw de diagnose: PTSS. Terugkijkend op zijn lichamelijke klachten, vermoeidheid, wantrouwende gedrag en woedeaanvallen, lijdt hij er al zeker tien jaar aan.
‘Bij het Sinaï werd ik aan het praten gezet, en kreeg diverse behandelingen, zoals EMDR; allemaal gericht op het herkennen, erkennen en verwerken van ingrijpende gebeurtenissen.’ Daarnaast kreeg Ed antidepressiva en slaapmedicatie voorgeschreven.

Ongeleid projectiel

De confrontatie met het verleden, onder begeleiding, was heftig, maar begon stukje bij beetje vruchten af te werpen. ‘Ik realiseerde me hoe zwartwit ik in het leven stond, hoe verbitterd ik was geraakt over de harde maatschappij waarin we leven en hoe licht ontvlambaar ik was.’
Dat zag Ed ook terug bij de militairen, ME’ers en andere ex-dienders die hij bij het Sinaï ontmoette. ‘Al die jongens waren ongeleide projectielen. Niet voor niets hingen hun huwelijken aan zijden draadjes.’

Kentering

Zelf had Ed inmiddels al even een nieuwe vrouw in zijn leven, Tiny. ‘Zij heeft het allemaal met me doorstaan. Al mijn verdriet; om mijn zoon, om alle ervaringen die ik opgekropt heb en om het onbegrip op het werk. Ze is ook een aantal keren met me mee geweest naar de behandelingen, om mee te praten en luisteren als partner.’ In mei dit jaar zijn ze getrouwd, nadat Ed al langer een kentering bemerkte in zijn lijf en leden. ‘Ik voelde dat ik af en toe weer wat lol had in het leven. Ik ben niet meer zo verbitterd, benader dingen positiever en probeer bewust in het heden te zijn. Ook heb ik geleerd om een mijn korte lontje te temperen; bij ergernis kan ik de kracht vinden om weg te lopen.’

Wonder

Maar weggaan zal de PTSS nooit, realiseert hij zich. ‘Sommige dingen zijn niet meer uit te gommen. En ik heb zo’n dertig à veertig jaar aan slaap in te halen. Ook blijf ik opschrikken van ambulancesirenes, bijvoorbeeld. Ik hoor ze overal, maar weet nu dat dat PTSS-prikkels zijn.’ Alles overziend, is het een wonder dat hij er nog is, concludeert Ed. ‘Na de dood van mijn zoon zijn er zijn momenten geweest dat ik net zo lief de plomp in was gereden. Maar Tiny, mijn dochter en de hulpverleners van Steunpunt Brandweer en het Sinaï hebben me op de been gehouden.’

Blijven communiceren

Nu is het zijn doel om met de PTSS te leren leven, onder andere door zich bewust te omgeven met mensen en activiteiten die hem plezier brengen. ‘Zo heb ik net een oldtimer aangeschaft, een Chevrolet Caprice uit 1982. Daar kan ik zo van genieten.’

En verder probeert hij te blijven communiceren, ook over ongemakkelijke gevoelens. ‘Ik wist nooit hoe dat moest, maar leer dat nu steeds beter. En dat wens ik alle hulpverleners toe; dat zij hun hart kunnen luchten. Door schade en schande weet ik nu: het leven is delen, ook thuis.’

Opvang en nazorg

Sommige inzetten kunnen een grote impact op je hebben.

Nazorg-steunpunt omslagfoto

Delen