Brandweervrijwilliger worden: ‘Je kunt echt het verschil maken’

18 september 2026
Door regio: Flevoland

Verantwoordelijkheid. Saamhorigheid. Hulpvaardigheid. Dynamiek. Adrenaline. Deze woorden komen keer op keer terug als je brandweermannen en -vrouwen vraagt naar hun werk. Spreekt dat jou ook aan? De brandweer is altijd op zoek naar versterking, zowel beroeps als vrijwilligers. Dat is hard nodig, want tachtig procent van de Nederlandse brandweer bestaat uit vrijwilligers. Bas, Carine en Roland van brandweer Flevoland vertellen over hun passie en de hoop dat meer mensen hun voorbeeld volgen.

Bas Scharloo liep op zijn twaalfde al twee keer mee met de jeugdbrandweer. ‘Ik wilde niets liever dan brandweerman worden. Maar ik was best wel ondernemend. Ik deed actief aan voetbal, dus ik liet het voor wat het was. Toen ik verder in het leven was, kwam de brandweer weer op mijn pad. Het bleef knagen. Daarom ben ik allereerst als vrijwilliger bij de brandweer gegaan. Daarna ben ik beroeps geworden. Zodra de pieper afgaat, ben je volledig gefocust op het incident. Dan gaat er weer iets aan in mij. Je kunt echt een verschil maken.’

Kijken bij een oefenavond

Tegenwoordig zet Bas zijn ervaring niet alleen in tijdens incidenten, maar ook bij het werven en begeleiden van nieuwe brandweervrijwilligers. ‘Het begint met een uitnodiging voor een goed gesprek. Dat kan bijvoorbeeld op een oefenavond van een post. Er moet een klik zijn. De persoon die nieuw binnenkomt moet bovendien weten wat het vak inhoudt, een goed beeld krijgen bij het werk, de mensen op de post en wat de belasting aan tijd vraagt’, vertelt Bas.

Naast je baan, studie of gezin

Carine Dam benadrukt dat je vrijwilliger bent naast je baan, studie of gezin. ‘Ik merk dat niet iedereen weet dat werken bij de brandweer in de polder vrijwillig is. We zitten en werken niet allemaal 24 uur per dag op de kazerne, wachtend op een melding en een uitruk. We lopen met een pieper. Als die afgaat spoeden we ons naar de kazerne. Of we nu op ons dagelijkse werk zijn of bij ons gezin.’

Een ander kunnen helpen

Zelf ondersteunt Carine haar man bij zijn agrarisch en jongveebedrijf. Samen hebben ze drie kinderen. Toen de kinderen nog erg jong waren en Carine gevraagd werd om bij de brandweer in haar dorp te komen werken, hield zij dat eerst af. Maar na een derde verzoek, kon ze geen nee meer zeggen. ‘Ik draaide een paar oefenavonden mee en dat beviel. Het is fantastisch werk. Mensen bellen je, omdat ze het zelf niet meer weten of redden. Om een ander te kunnen helpen, dat geeft mij een fijn gevoel. En je leert je collega’s echt goed kennen door wat je samen meemaakt. Het schept een band.’

Stappen tot aan de opleiding

Wie na een eerste kennismaking net zo enthousiast raakt als Carine destijds, doorloopt vervolgens een aantal stappen richting brandweervrijwilliger. Allereerst een soort stage, waarbij je drie maanden meeloopt tijdens de wekelijkse oefenavonden. Daarna volgt er een selectiedag voor een aanstellingskeuring. Daarbij moet je een fysieke vaardigheidsbaan over, doe je een talentscan en er wordt gekeken naar je technische vaardigheden. Tot slot volgt de basisopleiding van ongeveer anderhalf jaar. Deze opleiding volg je meestal in de avonduren.

Uitdagingen

Roland Beekman weet als geen ander hoe belangrijk nieuwe aanwas is. Vanuit zijn rol ziet hij dagelijks de uitdagingen, waarmee de brandweer te maken heeft. ‘Gelukkig vullen we de laatste jaren in Noordoost twee klassen per jaar. Dat is uniek. Dit is jarenlang niet gebeurd. Maar we voelen wel de spanning. Er moeten mensen bij. We zien de laatste jaren een grotere uitstroom. We zien steeds meer mensen die afscheid nemen. Collega’s die de leeftijd hebben bereikt om te stoppen of die mentaal of fysiek ongeschikt raken door het werk. Daarmee is het een uitdaging om de formatie op peil te houden. Dat vraagt om mensen en geld. Mensen opleiden kost immers geld.’

Zelf is Roland na een intense ervaring bij de brandweer gekomen. ‘Mijn tweede dochter werd geboren en mijn vrouw moest met spoed door de brandweer met een autoladder van brandweer Lelystad uit huis geholpen worden. Dat was heftig. Het is uiteindelijk gelukkig goed gekomen met mijn vrouw en dochter. Kort na de hulp kregen we bericht van de brandweerpost dat ik een schadeformulier mocht invullen, omdat mijn woning licht was beschadigd door de brandweer. Weken later ben ik maar eens langsgegaan en heb ik gevraagd of ze mensen nodig hebben. Zo ben ik er ingerold en heb daarin verdere stappen gezet.’

Partners en kinderen

Brandweervrijwilliger zijn doe je bovendien niet alleen. Ook partners en gezinnen merken wat het betekent als de pieper afgaat. In Flevoland organiseren de posten tijdens de selectie van nieuwe vrijwilligers een informatieavond, waarvoor ook de partners worden uitgenodigd. Bas: ‘Het is net zo goed belangrijk dat onze partners weten waar ze aan toe zijn. De pieper gaat altijd op een moment dat het niet uitkomt. Mijn vrouw is dan heus niet altijd blij. Dan is zij bijvoorbeeld net met het avondeten bezig of moeten de kinderen naar bed gebracht worden. Tegelijkertijd ziet ze mijn enthousiasme voor het werk en het goede daaraan.’

Ook Carine hoort thuis wel eens ‘het is wel veel brandweer nu’. En het is soms best lastig nu mijn jongste drie jaar is. Maar mijn man en kinderen gunnen mij alles en mijn oudste wil ook bij de brandweer. Ze zien dus de minder leuke, maar zeker ook de mooie kanten van het werken als brandweervrijwilliger.’ Roland herkent dat: ‘Zonder steun van mijn vrouw zou ik het niet redden. Zij klaagt niet als ik word opgeroepen, terwijl dat best zou mogen. Ik heb echt mazzel gehad. Zij ziet dat ik enthousiast word van dit werk.’

Vrijwillig maar niet vrijblijvend

Een groot verantwoordelijkheidsgevoel is een van de pijlers binnen de brandweer, zegt Bas. ‘Een brandweervrijwilliger krijgt een vergoeding voor oefenavonden, opleidingen en uitrukken. Je kunt doorgroeien tot bevelvoerder en chauffeur. Dat zijn enkele voordelen van het vak. Maar het belangrijkste om te weten is dat het een dynamisch vak is en dat vrijwilligheid niet vrijblijvend betekent.’

Netwerken

Dat brengt ons opnieuw bij de dringende behoefte aan brandweervrijwilligers in Flevoland, waarbij de kracht zit in het netwerken, stelt Roland. ‘Ik had bijvoorbeeld een monteur aan huis die naar mijn werk bij de brandweer vroeg. Vervolgens zei hij er ook weleens aan gedacht te hebben om bij de brandweer te gaan werken. Ik heb hem direct uitgenodigd om een keer te komen kijken op een oefenavond. Iedereen kent wel iemand die bij de brandweer zou passen. Soms begint het met een gesprek of een uitnodiging om eens te komen kijken bij een brandweerpost.’