“Eens een koekenbakker, altijd een koekenbakker”

  • Groningen
  • 29 juli 2019

Een verwoestende brand maken gelukkig niet veel mensen mee. Maar als het je overkomt dan heeft het een enorme impact op je leven. Edwin Knol, eigenaar van Knol’s Koek in Groningen, zag binnen acht jaar zijn geliefde zaak twee keer letterlijk in vlammen opgaan. Hij vertelt hoe dat is en hoe hij de moed bij elkaar raapte om de deuren weer te openen.

Het is 15 augustus 2018, de tweede verwoestende brand woedt in de bakkerij van Knol’s Koek. Eigenaar Edwin lag die avond een beetje te dutten op de bank. Toen hij even op zijn telefoon keek, zag hij dat zijn zoon een paar keer gebeld had. Hij belde terug en schrok van de woorden van zijn zoon. “Pap, kom! De bakkerij staat in brand!” Na dit bericht kon Edwin even helemaal niets. “Ik was een soort zombie en dacht alleen maar ‘oh nee niet weer!’ Het was alsof alle kracht uit me vloeide.”

Edwin wist bij aankomst niet meteen hoe groot de schade was. “De gevel stond er nog en het gebouw zag er minder gehavend uit dan in 2010. Dan denk je, misschien valt het mee.” De volgende dag bleek de ravage nog groter dan de eerste keer. “Alles was pikzwart, alle machines moesten weg.”

Geen leven zonder de bakkerij

Na de eerste brand in 2010 was het meteen duidelijk dat Edwin zijn bedrijf weer wilde opbouwen. Nu duurde het langer voor hij het besluit nam. “Het was wel even moeilijk om de moed bij elkaar te rapen.” Lang duurde die moedeloosheid gelukkig niet: “Ik dacht: zo mag het niet eindigen. En wat moet ik; mijn hele leven sta ik met mijn handen in het koekdeeg, dit is wat ik wil. Dus we gaan er weer tegenaan. We bestaan bijna honderd jaar.”

Klein begonnen

Knol’s koek kent een lange historie. Opa Knol nam in 1923 een bakkerij over aan het Zuiderdiep. Hij begon met brood en banket en maakte er koek bij. Langzaam verschoof de focus naar het maken van de beroemde koek. Eind jaren 50 was uitbreiden niet langer mogelijk en kocht de familie het pand aan het Hoendiep, een voormalige wasserette, gebouwd in 1918. Saillant detail is dat het pand dat daarvoor op dezelfde plek stond ook verwoest is door brand. “Dit is eigenlijk al de derde brand op deze plek.”

Op zijn zeventiende, direct na de MAVO, nam Edwin de zaak over van zijn vader. Die was aan zijn pensioen toe. Tijd voor een lange opleiding was er daardoor niet. “Ik was gelijk de baas over een team van acht man en maakte veel uren. Gelukkig vind ik het echt leuk werk, het maken van een streekproduct waar mijn opa mee begonnen is.”

Meer dan een werkplek

Edwin hoopt zijn zaak eind juli weer op dezelfde plek te kunnen openen. “Ik heb er twee minuten over nagedacht en toen zei ik nee, ik moet weer terug naar het Hoendiep. Er is maar één plek waar je Knol’s koek kunt maken. Ik zou verpieteren op een industrieterrein. Hier hoor ik.”

Popelen om weer te beginnen!

Het pand is van binnen helemaal gesloopt en schoongemaakt. De wanden zijn opnieuw bekleed, nieuwe vloer erin. Alles is geverfd. Nu is het wachten op alle inventaris en machines. “Een andere oven is altijd spannend voor een bakker”, vertelt Edwin. Ook zijn team staat te popelen om weer aan het werk te gaan. “Iedereen heeft er weer veel zin in. Tja, eens een koekenbakker, altijd een koekenbakker.”

Angst moet niet overheersen

Echt angst voor een derde brand heeft Edwin niet. “Het is hele domme pech. Na de eerste brand (waarvan de oorzaak nog steeds onbekend is) waren we al bezig alle machines van de stroom af te halen en extra checks te doen in de avond.” De tweede brand is ontstaan in de wasdroger, waarschijnlijk door broei in het wasgoed. “Ik heb nu wel gekoppelde brandmelders laten installeren. En wat camera’s.” Ook de wasdroger en wasmachine komen er volgens Edwin niet meer in. Verder blijft hij er nuchter onder: “Je bent er altijd wel mee bezig, na de eerste brand ook al. Je neemt het mee. Maar het moet geen angst worden.”

Een grote brand snel onder controle

De ploegleden die de brand moesten bestrijden, weten nog precies hoe het ging. Bevelvoerder Marcel Giezen vertelt wat hij zag: “Bij aankomst kwam er al heel veel rook uit het pand. Het perste uit alle kieren en gaten dus er was een flinke drukopbouw van brandgassen. “Bij het bestrijden van de brand kwam flink wat mankracht en materieel kijken. Vanwege de droogte was de druk op het waterleidingnet verminderd. Daarom kwam er een ook een grootwatertransport mee.

“We konden eerst niet naar binnen vanwege de hitte. Doordat we veel water naar binnen hebben gespoten, hebben we voor een knock down gezorgd.” Dat is brandweers voor een grote vuurhaard die je met veel water klein maakt. Hierdoor kon de tweede ploeg aan de voorkant van het pand naar binnen om het vuur te bestrijden. Dat maakte dat we deze grote brand snel onder controle hadden.

Delen