“Ik mag in mijn handjes knijpen dat ik er nog ben.”

Wees trots!

  • Groningen
  • 30 januari 2018

Hij maakt een opgewekte indruk terwijl hij staat te wachten in de hal op het interview. Lachend stelt hij zich voor als Tim Zwertboek. Niks wijst er op het eerste gezicht op dat de toenmalige voorzitter van de Statenfractie nog geen tien maand daarvoor op het randje van de dood stond. Op 30 januari 2017 werd hij bewusteloos door Ploeg C uit zijn brandende huis in de stad gehaald, waarna hij ter plekke op de stoep gereanimeerd moest worden. Tim: “Ik mag in mijn handjes knijpen dat ik er nog ben.”

Direct na de reanimatie werd hij overgebracht naar het ziekenhuis. Daar werd hij vrij snel in slaap gebracht omdat de artsen bang waren dat zijn longen het zouden begeven. Twee week lang werd hij kunstmatig in coma gehouden, waarna het gevecht om weer te herstellen begon. Tim: “Ik werd wakker en het eerste wat ik wilde doen was praten en opstaan, maar dat ging niet. Ik had allemaal buizen in mijn keel zitten, er waren infusen aangesloten en door de schade aan mijn lichaam en de spierafbraak was ik verzwakt. Mentaal was het erg zwaar om te beseffen dat banale dingen zoals wat water pakken of naar het toilet gaan opeens niet meer konden. Dat is heel raar”

Revalidatie
Zijn revalidatie verliep vanwege zijn leeftijd en geestelijke gesteldheid uitzonderlijk snel, maar voor Tims eigen gevoel erg langzaam. Tim: “Alles moet je weer vanaf het begin leren: eten, opstaan, lopen, mes en vork gebruiken, alles. Wat het nog moeilijker maakt is dat terwijl je dagelijks intensief met je eigen wederopbouw bezig bent je tegelijkertijd te maken met een omgeving die getraumatiseerd is. De twee week dat ik in coma lag heb ik niet meegemaakt, maar zijn een hel geweest voor mijn ouders, familie en vrienden. Ook met die nasleep moet je omgaan.”

Acceptatie

Gelukkig gaat het vandaag de dag hartstikke goed met Tim. Tim: “Het medisch traject is nog gaande maar de effecten van de brand zijn praktisch weg. Ook mentaal heb ik geen blijvend trauma opgelopen. Ik kan me van de brand niks meer herinneren dus was het voor mij heel simpel. Het is gebeurd, het is zo en ik kan het maar beter accepteren. Natuurlijk houd ik deze ervaring lange tijd bij me, maar dat is iets wat je positief of negatief kan maken. Ik maak het positief door te proberen anderen bewuster te maken van brandveiligheid. De oorzaak van de brand bij mij is niet bekend. Maar ik wil graag dat anderen dit bespaard blijft. Daarom ook blij om te zien dat naar aanleiding van mijn ellende, veel mensen in mijn omgeving direct hun rookmelders en dergelijke hebben gecheckt of ze in huis hebben gehaald.

Trots

“Ik besef me enorm goed dat ik zonder de brandweer en gezondheidszorg er niet meer geweest was. Ik wil jullie daarom graag zeggen: Wees trots! Wees trots dat jullie in een steeds harder wordende samenleving het risico blijven opzoeken voor een ander. Wees trots dat jullie mij en vele anderen met mij de kans hebben gegeven om te blijven leven.”

Wij gebruiken cookies