Eye-opener: ongeval brandweerchauffeur Mark van Dijk

'Geen zwaar letsel, een last valt van mijn schouders'

  • Elst
  • 20 juni 2017

De ergste nachtmerrie van een brandweerchauffeur? Betrokken raken bij een ongeval. Mark van Dijk overkwam het op 20 februari 2015. Op een natte vrijdag vroeg in de ochtend stond door één klap zijn leven volledig op de kop. De vrijwilliger van post Elst vertelt ruim twee jaar later in Brandende Kwesties zijn verhaal. “Laat mijn ongeluk een eyeopener zijn voor collega-chauffeurs.”

“Om zeven uur worden we opgeroepen voor een compagnie-inzet in Nijmegen. Als ik de deur uitloop, ruik ik de brandgeur al. Mijn adrenaline stijgt. Ik denk: dit kan wat heftigs zijn. Bizar genoeg zou ik in eerste instantie niet rijden, maar omdat we de navigatie niet direct ingesteld krijgen en ik de weg weet, doe ik dat toch. In de auto horen we dat het gaat om een brand onder een appartementencomplex waarin minder zelfredzame mensen wonen. Het gaat puur om de evacuatie. Mijn adrenaline daalt wat."

"Het regent, maar het is vrij helder en ik heb goed zicht. We rijden met Prio 1 en komen bij een kruising. Het stoplicht staat op oranje en links van mij zie ik geen verkeer aankomen. Ik laat het gas los, zodat de wagen doorrolt. Ik kijk nogmaals naar links en een auto staat inderdaad stil. Ik besluit door te rijden, maar vlak voordat ik de kruising op ga, zie ik in mijn ooghoek de auto toch optrekken. Ik schreeuw: ‘Dit gaat niet goed.’ Daarna is het pats, boem."

'Ik schreeuw: 'Dit gaat niet goed. Daarna is het pats, boem'

“Na de impact begint alles te piepen en te sissen. Op het dashboard verschijnen rode lampen. In een split second moet ik bepalen: wat ga ik doen? Naar rechts kan ik niet, want er staat een vangrail en als ik daar doorheen ga, kom ik onderaan het talud terecht. De enige optie die ik heb, is rechtdoor. Ik pak mijn stuur stevig vast en haal via de vangrail de snelheid eruit. Een bewuste keuze, want ik weet niet wat de wagen gaat doen als ik rem. Blokkeren de remmen, dan slaan we met zeven man misschien over de kop. Honderd meter verderop komen we tot stilstand en zie ik een ravage aan brokstukken.”

“Als ik uitstap, zak ik compleet in elkaar. Dit is mijn ergste nachtmerrie, besef ik. De andere auto zit goed in de prak en ik weet: iemand zit door toedoen van mij in dat wrak. Hoe kan dat? Waarom heeft die ander mij niet gezien? Een paar collega’s van mij verlenen eerste hulp aan de bestuurder. De vrouw is niet aanspreekbaar. Het beeld van die lijkwitte vrouw in de ingedeukte auto staat nog altijd op mijn netvlies.”

“Een andere wagen is gealarmeerd om ons af te lossen. CBOT’ters vangen ons op de kazerne op en Paul Joosten komt langs. Alle steun voelt als een hart onder de riem en doet mij heel goed. Ook iemand van de politie stapt op mij af en zegt dat ik een verdachte ben en dat mijn rijbewijs wordt ingevorderd. Intussen sta ik nog steeds te shaken, omdat ik totaal geen idee heb hoe het met die vrouw gaat. Pas aan het einde van het verhoor hoor ik dat zij bij kennis in het ziekenhuis ligt. Ze heeft ‘slechts’ een scheurtje in de schouder en wat kneuzingen. Geen zwaar letsel dus, er valt een last van mij af.”

'Ik let nog beter op of automobilisten mij zien'

“Twee maanden na het ongeluk ben ik bij de vrouw langsgegaan met een bloemetje. Met een kop koffie erbij hebben we erover gesproken. Dat voelde fijn. Ze was aan het revalideren, maar aan de beterende hand. Uiteindelijk heb ik het incident een plek gegeven. Als chauffeur ben ik een tijdje niet uitgerukt. Nu zit ik weer zonder angst achter het stuur, ook omdat ik weet dat ik mijn verantwoordelijkheid heb genomen om iedereen zo goed mogelijk eruit te krijgen.”

“De zitting was onlangs, op 24 februari 2017. Ik knijp mijn handen dicht met een voorwaardelijke geldboete. Doordat ik op de verkeerssituatie lette, keek ik niet op mijn snelheidsmeter. Ongetwijfeld heb ik te hard gereden. Achteraf durf ik te stellen dat ik door dit ongeluk een bewustere chauffeur ben geworden. Ik let nog beter op of automobilisten mij zien. Ook houd ik mij nu echt aan de richtlijn van twintig kilometer per uur. Want wat als ik dit als zzp’er had meegemaakt? Of een minder begripvolle werkgever had gehad? Ik wil er niet eens over nadenken en ben de organisatie dankbaar voor alle support."

CBOT'ters vangen ons op de kazerne op. Alle steun voelt als een hart onder de riem en doet mij heel goed

  • Mark van Dijk Mark van Dijk

Praten helpt

Neem voor hulp en advies contact op met het Steunpunt Brandweer. Het steunpunt is zeven dagen per week van 08.00 - 24.00 uur bereikbaar via telefoonnummer: 0800-1288. Mailen kan ook: steunpuntbrandweer@de-basis.nl.
TAS.jpg
Wij gebruiken cookies