Werk in uitvoering: Europese samenwerking om natuurbranden te beheersen

  • Arnhem
  • 14 januari 2020

Natuurbrand is in een groot deel van de wereld een probleem. De branden in Australië en Californië zijn recente voorbeelden die de media haalden. Maar ook in Europa neemt het aantal natuurbranden toe. Bovendien is de tendens dat de periode van het jaar waarin natuurbranden plaatsvinden steeds langer wordt en het aantal branden in Noord-Europa toeneemt. Redenen genoeg om de samenwerking met andere Europese landen en de Europese Commissie te versterken.

Onder het specialisme Natuurbrandbeheersing vallen een aantal deelprojecten waarbij er veel samengewerkt wordt met andere landen. Adriaan ter Huurne (deelprojectleider Handcrew) en Marion van den Hurk (deelprojectleider Voorbranden) volgden in Italië een cursus over het toepassen van beheer- en repressieve branden om natuurbranden beheersbaar te houden. Edwin Kok (deelprojectleider Database & statistiek natuurbranden) is aangesloten bij de Expert Group on Forest Fires, het internationale overlegorgaan op het gebied van natuurbranden binnen de Europese Commissie.

Vijf brandende vragen aan Adriaan, Marion en Edwin, over het belang van Europese samenwerking bij natuurbrand.

1. Waar kunnen de handcrew en voorbrandteams voor ingezet worden?

‘De Handcrew is opgericht door Veiligheidsregio’s Twente en IJsselland en sinds 2014 actief. Het team heeft naar Amerikaans voorbeeld de beschikking over verschillende, met name (hand) gereedschappen om natuurbranden effectief te bestrijden, ook in ontoegankelijk terrein. De eenheid kan in heel Nederland worden ingezet voor zowel de bestrijding van natuurbrand als in de nablusfase. Inmiddels heeft de Handcrew jaarlijks circa vijf uitrukken op verschillende plekken in het land. Zo zijn ze bijvoorbeeld bij de grote natuurbrand bij Wateren (2018) ingezet. Hier werd twee dagen nageblust om de laatste vuurhaarden uit te kunnen maken. Sinds 2019 is de Handcrew ook formeel opgenomen binnen GBO-SO onder het specialisme Natuurbrandbeheersing en wordt de samenwerking met de nog op te richten teams ‘Voorbranden’ nu vormgegeven’, aldus Adriaan.

Marion vult aan: ‘Voorbranden is relatief nieuw in Nederland. Hiermee wordt het principe van brand met brand bestrijden bedoeld: het verbreden van een stoplijn door de vegetatie weg te branden. Dergelijke tactieken worden in grote delen van de wereld al toegepast. In Nederland is dit lastiger omdat er veel risico-objecten zijn, zoals campings in (de buurt van) natuurgebieden. Hierdoor kan het soms een uitdaging zijn om voorbranden toe te passen in Nederland’. Brand kan ook als beheermaatregel ingezet worden: door stukken natuur af te branden, wordt de biodiversiteit gestimuleerd en wordt voorkomen dat grote hoeveelheden brandbare vegetatie tijdens een brand problemen op kunnen leveren. Op kleine schaal wordt deze beheerbrandentechniek toegepast in Nederland, maar de wetgeving is op dit moment ook een beperkende factor. Na 15 maart mag er in principe geen vuur meer in de natuur worden toegepast vanwege de flora- en faunawet. Daarbij zijn de gebieden die we af mogen branden heel beperkt: maximaal één hectare per brand. Het is daardoor ontzettend lastig om beheerbranden effectief toe te kunnen passen’.
(tekst gaat onder de foto's verder)

Adriaan Ter Huurne
Marion Van Den Hurk 600X600
Edwin-Kok-650px.jpg

In Zuid-Europa is er veel ervaring in het bestrijden van grote natuurbranden. In Noord-Europa zijn we juist weer erg ver met risicobeheersing, waardoor we elkaar goed aan kunnen vullen!

2. Op welke wijze is er kennis opgedaan bij de bijeenkomst in Italië?

 ‘Landen met van oudsher meer en grotere natuurbranden, beschikken vaak ook over meer tactieken die toe te passen zijn om natuurbranden onder controle te krijgen. Denk daarbij aan het inzetten van blusvliegtuigen, maar ook het toepassen van repressief branden. De bijeenkomst waar wij in Italië bij aansloten was bedoeld om ervaringen uit te wisselen tussen verschillende Europese landen: hoe worden beheer- en repressieve branden toegepast en wat zijn de voor- en nadelen? Het is geweldig om daar vanuit Nederland een bijdrage aan te kunnen leveren. Zo weten wij direct welke mogelijkheden er zijn om deze tactieken ook in Nederland effectief in te kunnen zetten. Bovendien bieden de verschillende ervaringen uit andere landen in het opleiden en geoefend houden van de teamleden ook voor de Nederlandse teams mogelijkheden’, vertelt Adriaan.

'Eén van de aandachtspunten was de ‘Fire Paradox’: daarmee wordt bedoeld dat een gebied dat lange tijd niet door brand is getroffen juist steeds risicovoller wordt. De brandbare vegetatie neemt steeds verder toe en bij een brand geeft dat grote problemen. Dat is ook iets wat nu in andere delen van de wereld wordt ervaren: vroeger leefde men met natuurbranden en waren die heel gebruikelijk voor de natuurlijke vernieuwing van de vegetatie. Inmiddels wordt brand vooral als probleem gezien, ook omdat de bebouwing in de natuur steeds verder toeneemt. Wat ook opviel is dat beheerbranden in deelnemende landen heel verschillend worden toegepast: in Zweden wordt het branden bijvoorbeeld op grote schaal door de natuurbeheerder gedaan om biodiversiteit te stimuleren. In Griekenland is het juist, vanwege de wetgeving, weer heel lastig om te branden’, vult Marion aan.

3. Op welke vlakken werkt Brandweer Nederland nog meer samen met Europa?

Sinds mei 2019 zijn er vanuit Nederland weer deelnemers afgevaardigd voor de Expert Group on Forest Fires (EGFF). In deze groep worden door natuurbrand-experts uit verschillende landen actualiteiten besproken en voorstellen gedaan aan de Europese Commissie om natuurbranden beter te kunnen beheersen en bestrijden. ‘Eigenlijk is het aanleveren van natuurbrandstatistieken voor de Europese database de aanleiding voor Nederland geweest om weer aan te sluiten. Het European Forest Fire Information System (EFFIS) verzamelt natuurbrandstatistieken van deelnemende landen en maakt daar een jaarlijks rapport van. Nederland had nog geen gegevens aangeleverd, maar na de start van het project Database en statistiek natuurbranden binnen GBO-SO waren die gegevens wel beschikbaar. Samen met Cathelijne Stoof van de Wageningen Universiteit hebben we de dataverzameling steeds verder verbeterd en uitgebreid en inmiddels zijn de gegevens uit 2017 en 2018 opgenomen in het Europese rapport’ legt Edwin uit. In de EGFF wordt ook besproken wat landen doen om natuurbranden beheersbaar te houden en worden documenten besproken die als basis kunnen dienen voor wet- en regelgeving van de Europese Commissie. De EGFF richt zich dus zowel op wetenschappelijke onderzoek rondom natuurbrandbeheersing en -bestrijding, als op de praktijk.

4. Wat heeft Nederland als ‘klein natuurbrandland’ toe te voegen in Europa?

‘Binnen Europa is lange tijd een soort tweedeling te zien geweest: Zuid-Europese landen met heel veel natuurbranden hebben lang ingezet op de bestrijding van deze branden. Deze landen hebben steeds meer geïnvesteerd in bijvoorbeeld blusvliegtuigen en opleidingen. In Noord-Europese landen is er vaak vanuit risicobeheersing naar natuurbranden gekeken. Het specialisme natuurbrandbeheersing kent ook voornamelijk projecten die gericht zijn op het inzichtelijk krijgen en beperken van risico’s. Nederland heeft met verschillende projecten, zoals het gebruiken van satellietdata, een goede informatiepositie. Die kennis delen we dan ook met de andere landen, terwijl wij juist weer veel kunnen leren van de wijze waarop natuurbranden bestreden kunnen worden’, legt Edwin uit.

Het is fijn om samen met Cathelijne Stoof deel te nemen aan de EGFF. Cathelijne is een wetenschapper pur sang, heeft ontzettend veel contacten en zij is ook gestart met een Europees project om experts te trainen in het omgaan met vuur in de natuur. Samen kunnen wij zowel de wetenschappelijke als de praktische kant van natuurbrandbeheersing en -bestrijding toelichten.

5. Waar wordt de komende tijd nog verder de samenwerking gezocht?

‘Er is nog ontzettend veel te winnen. Ik denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden voor natuurbeheerders om subsidies aan te vragen in het kader van natuurbrandbeheersing. Binnenkort gaan we in gesprek met een vertegenwoordiging van de Europese Commissie om te kijken hoe we  deze mogelijkheden beter kunnen benutten. Het Europese ‘rampenprogramma’ RescEU (en het Union Civil Protection Mechanism) heeft ook onze aandacht. Er is geld beschikbaar gesteld om een Europese rampenvloot op het gebied van natuurbrandbestrijding in te kunnen richten. Hierdoor kunnen landen elkaar makkelijker assisteren in de bestrijding van natuurbranden. Het is fijn om te weten dat we hulp bij andere Europese landen kunnen vragen. We willen ook meer samen werken met Europa op het gebied van onderzoek en opleidingen. In Nederland gaan we de komende jaren nieuwe natuurbrandonderzoekers opleiden. We hebben specialisten in huis die deze cursus kunnen geven en het zou mooi zijn als we daar deelnemers uit andere Europese landen voor uit kunnen nodigen! Er staat dus nog genoeg op het programma!’ vertelt Edwin enthousiast.

Uitvoeringsagenda

In de visie Brandweer over morgen is gekeken naar de toekomst en is er een fundering gelegd hoe de brandweer op de veranderende samenleving kan inspelen. In de landelijke agenda brandweerzorg gaan we hier op door en hebben we onze ambities en vraagstukken voor de toekomst vastgelegd. Met de uitvoeringsagenda brandweerzorg is dit concreet gemaakt. Op dit moment staan er ruim 30 trajecten op deze agenda. In deze rubriek spreken we met de verschillende bevlogen projectleiders. Waar staan ze nu met het traject, welke mijlpalen zijn er al bereikt en wat is het doel? 

Samen ambities waarmaken

Als brandweer spelen we in op de veranderende samenleving. Hoe we dit doen lees je op deze pagina.

Uitvoeringsagenda-Werk-in-uitvoering.jpg

Actualiteiten Uitvoeringsagenda

Lees meer over de verschillende trajecten uit de Landelijke Uitvoeringsagenda in de rubrieken 'Mijlpalen' en 'Werk in uitvoering'.

Uitvoeringsagenda-36trajecten.jpg

Delen