Werk in uitvoering

Gebiedsgerichte opkomsttijden (pilotfase)

  • Nederland
  • 30 oktober 2020

In deze rubriek was al eerder Odiel Nolet aan het woord over het project gebiedsgerichte opkomsttijden. Inmiddels heeft de projectgroep mooie mijlpalen behaald. Er is een nieuwe landelijke systematiek voor dekkingsplannen inclusief een beoordelingskader voor gebiedsgerichte opkomsttijden. Dit is opgeschreven in een concept-handreiking waar nu ervaring mee wordt opgedaan in een pilotfase. Deze handreiking kunnen regio’s nu al gebruiken bij het opstellen van hun *dekkingsplan en de uitvoering van dit plan omdat het gedachtegoed breed wordt gedragen.

De ontwikkelde systematiek is nu ver genoeg afgerond om te kunnen toepassen in de volgende fase: een pilot in het kader van gebiedsgerichte opkomsttijden. Deze pilotfase is bedoeld om met de ontwikkelde systematiek ervaring op te doen en die bevindingen te verwerken in een definitieve handreiking. In deze fase neemt Ron de Groot het stokje over van Odiel Nolet.

Vijf brandende vragen aan: Ron de Groot, sinds juni Projectleider van de Pilot Gebiedsgerichte Opkomsttijden.

1. Hoe ziet de pilot gebiedsgerichte opkomsttijden eruit en wat is het doel?

Voor deze pilot zijn zes pilotregio’s benaderd, dat zijn de veiligheidsregio’s: Groningen, Flevoland, IJsselland, Amsterdam-Amstelland, Hollands Midden en Zeeland. Deze regio’s gaan op basis van de concept-handreiking een dekkingsplan opstellen. In de concept-handreiking staan zeven stappen die ze moeten doorlopen om een dekkingsplan te maken. Naast het doorlopen van de stappen is het de bedoeling dat ze bij iedere stap aangeven hoe ze deze hebben ervaren. Wat ging er makkelijk? wat ging er moeilijk? was er iets niet duidelijk? Heeft deze stap goed geholpen in het proces? Uiteindelijk gaat het erom dat de definitieve handreiking de veiligheidsregio’s zo goed mogelijk gaat helpen bij het opstellen van een nieuw dekkingsplan. Het belangrijkste doel van dit traject is dan ook om te toetsen en te onderzoeken of de huidige concept-handreiking werkt.

Naast de vertegenwoordigers van de zes pilotregio’s zitten er in de projectgroep ook vertegenwoordigers van de Inspectie Justitie en Veiligheid, zij zijn gefocust op de wetgeving en wat er eventueel aangepast moet worden. Daarnaast zijn er vanuit verschillende veiligheidsregio’s Fire Data Scientists (FDS) aangesloten. Op basis van cijfers en data kunnen zij de meest waanzinnige analyses maken rondom gebiedsgerichte opkomsttijden. Vanuit het IFV kijken er diverse onderzoekers mee met dit traject. En tenslotte is ook de vakorganisatie aangesloten en blijft het ministerie van J & V betrokken. 

Op dit moment zit er best wat verschil in hoe dekkingsplannen bij de veiligheidsregio’s zijn opgesteld. Met dit project willen we ervoor zorgen dat straks alle 25 veiligheidsregio’s met behulp van dezelfde systematiek, volgens dezelfde stappen tot een dekkingsplan komen. Zo zijn alle dekkingsplannen onderling uniformer en beter met elkaar te vergelijken. Bovendien is het een instrument om met het bestuur het goede gesprek te kunnen voeren over brandweerzorg. En dat is uiteindelijk de wens van de leden van de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV).

2. Hoe ziet de startfase van het traject eruit?

De pilotregio’s hebben nu processtap één van het stappenplan uit de concept-handreiking doorlopen. Dat is het maken van een beschrijving waarom de huidige versie van het dekkingsplan moet worden bijgesteld. Een reden voor een nieuw dekkingsplan kan bijvoorbeeld zijn omdat er nieuwe risico’s in het verzorgingsgebied zijn bijgekomen of dat er ingrijpende infrastructurele aanpassingen worden gedaan. Hierna gaan ze aan de slag met de tweede stap, waarbij ze gaan beschrijven hoe de huidige dekking binnen de regio geregeld is. Oftewel, hoe snel kunnen de voertuigen vanuit de brandweerkazernes in het verzorgingsgebied zijn? Daarbij gebruiken ze de rekenmethode uit de concept-handreiking en daarvan worden kaartjes gemaakt. Ook hierbij wordt weer getoetst hoe de regio’s deze stap hebben ervaren en waar ze tegenaan liepen.

De projectgroep komt regelmatig bij elkaar om feedback en eventuele knelpunten te bespreken. De eerste bijeenkomst hiervoor was fysiek, maar nu zijn ze digitaal vanwege de omstandigheden rondom corona. Ik merk dat fysiek bij elkaar komen toch beter zou werken omdat je dan veel makkelijker met iedereen kan schakelen en eventuele problemen kan oplossen. Om toch de vaart in dit project te houden staat er in november weer een nieuwe (digitale) bijeenkomst gepland.

3. Wat is de belangrijkste stap van de concept-handreiking?

De belangrijkste stap van de concept-handreiking is het beoordelingskader. Daarbij wordt er gekeken naar de risico’s binnen een verzorgingsgebied van de brandweer. Dit onderdeel is afkomstig is van het voorlopende project van het programma RemBrand. Het is daarbij de bedoeling dat de pilotregio’s hun verzorgingsgebied gaan indelen in drie risiconiveaus. Dat doen we op basis van gestandaardiseerde data van het Centraal Bureau voor Statistiek (‘CBS-buurten’). Op die manier verwachten we dat de ingedeelde risico’s zoveel als mogelijk overeenkomen met de werkelijke situatie binnen de veiligheidsregio. Het is van groot belang dat de collega’s die hiermee bezig zijn zich kunnen herkennen in het eindresultaat.

Dan gaan we twee plaatjes over elkaar heen leggen. Het plaatje van de berekende snelheid vanuit de brandweerposten het verzorgingsgebied in, zonder rekening te houden met de risicoclassificaties en het plaatje waarbij bepaald is wat het risico voor het betreffende gebied is. Er zijn dan twee mogelijkheden, of er wordt voldaan aan de gewenste opkomsttijden (zoals die in Tabel 2: Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden wordt benoemd) (zie onderstaand plaatje), of het wijkt af. In het laatste geval moet er een goede beschrijving komen hoe er dan mee om wordt gegaan. Ook kan er door de veiligheidsregio voor worden gekozen om ‘bewust af te wijken’, maar dan moet dat goed worden onderbouwd. We hopen uiteindelijk dat dit beperkt blijft tot uitzonderlijke gevallen.

Beoordelingskader Gebiedsgerichte Opkomsttijden

Andere situaties zijn ook mogelijk. Stel je hebt in een verzorgingsgebied op basis van CBS-buurten, een gebied in risicocategorie 3, dat is de laagste categorie qua risico. Dat betekent dat de brandweer daar in 15 minuten moet zijn. Maar stel nou dat er in dat gebied toch nog een risicovol object staat, bijvoorbeeld een verzorgingshuis. Daar moet de brandweer, gezien het specifieke risico, dan toch sneller ter plaatse zijn. Dit geven we aan in het dekkingsplan, door het een ‘hotspot’ te benoemen. De handreiking biedt hulp bij de onderbouwing hiervan. Door de concept-handreiking en het stappenplan steeds bij te werken, komen we steeds dichter bij de werkelijkheid.

4. Waar ligt de grootste uitdaging?

De uitdaging ligt nog bij het maken van de uiteindelijke analyse. Wat wij nu maken en beschrijven in het dekkingsplan, is een prognose. We proberen het zo goed mogelijk te doen en ook zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid te komen als het om opkomsttijden gaat. Er moet een heleboel data worden verzameld om te kijken of de prognose klopt. En daarmee bedoel ik de daadwerkelijke uitrukgegevens van de voertuigen in een regio. Deze vergelijk je dan (achteraf) met de prognose en op basis daarvan pas je het dekkingsplan aan. Dit is eigenlijk een continue proces.

De ontwikkelingen gaan natuurlijk ook door. Een gemeente blijft niet honderd proces hetzelfde. Er komen bijvoorbeeld nieuwe woonwijken bij, wegenstructuren veranderen, verzorgingsverhuizen worden gebouwd. Dus er is altijd een reden om de prognose regelmatig bij te stellen. Nu gebeurt het bijstellen van een dekkingsplan iedere vier jaar (omdat dit in de Wet Veiligheidsregio’s is opgenomen), maar afhankelijk van de ontwikkelingen zou dit wel eens vaker kunnen gaan gebeuren.

We zijn nu met de zes pilotregio’s bezig om te kijken hoe je die prognose maakt en hoe ze het beste de daadwerkelijke uitrukken kunnen registreren zodat er na afloop een goede analyse gemaakt kan worden. Daarbij zijn er nog wat hobbels, zoals dat er bepaalde brandweerkazernes zijn met weinig uitrukken per jaar waardoor we daarbij weinig valide gegevens hebben om een goede analyse te maken. Of uitruksituaties die een scheef beeld van de werkelijkheid geven. Bijvoorbeeld een situatie waarbij er een oefenavond op een vrijwillige brandweerkazerne is. De pieper gaat en iedereen is vanwege de oefening toch al op de kazerne. Dan kunnen ze veel sneller uitrukken dan dat ze normaal van huis of werk moeten komen. Zo’n situatie komt natuurlijk niet heel vaak voor, maar als het gebeurt dan vertekent dit wel de werkelijke situatie.

5. Wat is het ideale eindresultaat en wanneer ben jij tevreden?

Als er straks zes concept dekkingsplannen zijn vanuit de pilotregio’s die op een vergelijkbare manier tot stand zijn gekomen. Dat we met elkaar tot de conclusie zijn gekomen dat de processtappen die in de concept-handreiking staan daarbij voldoende uitleg en input hebben gegeven. Als er toch dingen ontbreken dan komt er een advies waarin wordt beschreven wat er nog aangevuld kan worden om dit te bereiken. Als het eindresultaat dan wordt omarmd door de opdrachtgever, de RCDV en het bestuurlijk wordt vastgesteld door het Veiligheidsberaad dan hebben we een mooi product afgeleverd. Dan hebben wij dus een in de praktijk getoetste handreiking waarmee alle 25 veiligheidsregio’s goed geholpen worden bij het opstellen van een dekkingsplan. Dan kan de vlag uit!

Ron De Groot

Met dit project willen we ervoor zorgen dat straks alle 25 veiligheidsregio’s met behulp van dezelfde systematiek, volgens dezelfde stappen tot een vernieuwd dekkingsplan komen.

  • Ron de Groot Ron de Groot

Dekkingsplan

De opkomsttijd van de brandweer wordt opgenomen in een dekkingsplan. Iedere veiligheidsregio stelt regelmatig zo’n dekkingsplan op en als dit plan wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur, dan is het leidend voor de opgave en de verantwoording van de brandweer.

Dekkingsacht

De stappen uit de concept handreiking worden weergegeven in de ‘dekkingsacht’. Dit zijn zeven stappen in de looprichting van het getal acht die je moet doorlopen om een goed onderbouwd dekkingsplan op te stellen.

dekkingsacht

Uitvoeringsagenda

In de visie Brandweer over morgen is gekeken naar de toekomst en is er een fundering gelegd hoe de brandweer op de veranderende samenleving kan inspelen. In de landelijke agenda brandweerzorg gaan we hier op door en hebben we onze ambities en vraagstukken voor de toekomst vastgelegd. Met de uitvoeringsagenda brandweerzorg is dit concreet gemaakt. Op dit moment staan er ruim 30 trajecten op deze agenda. In deze rubriek spreken we met de verschillende bevlogen projectleiders. Waar staan ze nu met het traject, welke mijlpalen zijn er al bereikt en wat is het doel? 

Samen ambities waarmaken

Als brandweer spelen we in op de veranderende samenleving. Hoe we dit doen lees je op deze pagina.

Uitvoeringsagenda-Werk-in-uitvoering.jpg

Actualiteiten Uitvoeringsagenda

Lees meer over de verschillende trajecten uit de Landelijke Uitvoeringsagenda in de rubrieken 'Mijlpalen' en 'Werk in uitvoering'.

Uitvoeringsagenda-36trajecten.jpg

Delen