Nieuwe fase in project over satelliettoepassingen brandweer

  • Arnhem
  • 09 juni 2017

Hoe kan de brandweer satellieten benutten om vrijkomende stoffen in de lucht te detecteren en te monitoren? Volgens Paul van Dooren is er in deze zoektocht weer een volgende fase bereikt. Tien studenten van de faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek van de TU Delft zijn inmiddels begonnen met hun speciale onderzoeksopdracht (Design Synthesis Excercise). In een periode van drie maanden moeten zij komen met een oplossing voor het vraagstuk.

Vorige maand vond een bijeenkomst plaats met de studenten. ‘Vanuit de brandweer hebben we duidelijk gemaakt wat onze behoefte is’, zegt Paul van Dooren. ‘De studenten hebben technische vragen gesteld over de resolutie van de beelden en de tijdsinterval waarop de informatie beschikbaar moet zijn. Ze zijn nu keihard aan het werk een oplossing te zoeken.’

Oplossingsrichting

Afgelopen week werden de verschillende oplossingsrichtingen gepresenteerd. Eén daarvan is gekozen om verder uit te werken. In plaats van het benutten van satellieten, is het voorstel naar voren gekomen om gebruik te maken van stratosferische ballonnen, als onderdeel van een zogenaamd ‘system of systems’. Dit betekent dat de ballonnen vooral in staat moeten zijn om de omvang van de vrijgekomen stoffen te monitoren en dat daarbij bijvoorbeeld ook drones worden ingezet om de specifieke samenstelling te meten. ‘Dit laatste is natuurlijk van belang voor onze brandweercollega’s, die met het innovatieve drone-project bezig zijn’, zegt Van Dooren.

Op 5 juli krijgt de brandweer het eindresultaat aangeboden. Dan wordt ook bepaald op welke wijze het innovatieve project een vervolg krijgt.

Wij gebruiken cookies