Beheersbaar houden van rook


Bij brand in een afgesloten ruimte vult de hele ruimte zich snel met hete rook en verbrandingsgassen. De overlevingskansen voor personen in die ruimte zullen daardoor snel kleiner worden. Daarom kennen we naast brandcompartimenten ook
 subbrandcompartimenten, voor het beheersbaar houden van rook. De omvang van een subbrandcompartiment wordt bepaald door de maximale gebruiksoppervlakte van het brandcompartiment en de maximale loopafstand.

Vluchtroute
Er zal in beginsel gekeken worden of de ontvluchting kan volstaan met de meest eenvoudige status: de vluchtroute. Dit is een vorm van ontvluchting die plaats kan vinden in het bedreigde subbrandcompartiment zelf en dus weinig bescherming zal bieden. De vluchtroute is de loopafstand die begint in een ruimte. Aangezien echter ook Bouwbesluit 2012 ervan uitgaat dat er door rook gevlucht kan worden is dit tot op zekere hoogte mogelijk. Doorgaans betekent dit dat de loopafstand maximaal 30 meter mag zijn. Een en ander hangt echter af van het aantal personen per m2 en gebruiksfunctie.

Een vluchtroute is..

..de loopafstand die begint in een ruimte. Deze is maximaal 30 meter, afhankelijk van het aantal personen per m2 en de gebruiksfunctie.

Beschermde vluchtroute
De opzet van het plan kan echter aanleiding bieden tot een hogere status: de beschermde vluchtroute. Indien loopafstanden te groot worden, kan dit betekenen dat het brandcompartiment in één of meerdere subbrandcompartimenten verdeeld moet worden. En dat er een subbrandcompartimentsscheiding moet worden gepasseerd alvorens men een veilige plaats bereikt. Artikel 2.103 bepaalt dat de status bij de uitgang van het subbrandcompartiment verandert naar ‘beschermde vluchtroute'.

Extra beschermde vluchtroute
Wederom kan de opzet leiden tot een hogere status: de extra beschermde vluchtroute. Maar ook de gebruiksfunctie en het aantal personen die op de op de beschermde vluchtroute zijn aangewezen kan bepalen dat de status van de vluchtroute uitgevoerd moet worden als extra beschermde vluchtroute. Artikel 2.104 bepaalt dat de status van een woonfunctie bij de uitgang van het subbrandcompartiment verandert naar ‘extra beschermde vluchtroute'. Een extra beschermde vluchtroute ligt buiten het brandcompartiment.

Veiligheidsvluchtroute
Er zijn echter situaties denkbaar die ook hier niet aan voldoen. Indien er bijvoorbeeld meer dan 150 personen op een uitgang van een subbrandcompartiment zijn aangewezen en deze personen niet direct het aansluitende terrein kunnen benaderen, dient de vluchtroute te worden uitgevoerd als veiligheidsvluchtroute. Een veiligheidsvluchtroute voert eerst door een niet besloten ruimte (buitenlucht) en vervolgens door een andere ruimte. In een vluchtroute, beschermde vluchtroute en extra beschermde vluchtroute kan rook aanwezig zijn. Bij een veiligheidsvluchtroute is dit uitgesloten doordat er eerst door de buitenlucht moet worden gevlucht.

Tweede vluchtroute
Een tweede vluchtroute hoeft niet meteen gevolgen te hebben voor de status van de vluchtroute (vluchtroute, beschermde vluchtroute, extra beschermde vluchtroute of veiligheidsvluchtroute) maar het betekent wel dat er een keuzemogelijkheid is. Ervan uitgaande dat brand niet op meer dan 1 plek ontstaat zal deze keuzemogelijkheid dan ook veel voordelen bieden. Stelregel is echter wel dat zolang deze twee vluchtroutes niet door verschillende ruimtes brandcompartimenten voeren de van toepassing zijnde status dient te worden aangehouden. Voor een kinderdagverblijf betekent dit dat de vluchtroute bij het verlaten van een beschermd subbrandcompartiment dient te worden uitgevoerd als extra beschermde vluchtroute zolang de vluchtroute niet door verschillende ruimtes voert en het extra beschermde subbrandcompartiment slechts één uitgang heeft.

Beschermd subbrandcompartiment
In sommige gevallen is er nog meer bescherming tegen de verdere beperking van het uitbreidingsgebied van brand en rook noodzakelijk. In situaties waarin geslapen wordt is het onwenselijk als een brand zich over alle slaapkamers kan uitbreiden. Om te voorkomen dat dit ongewenste situaties oplevert, worden slaapvertrekken dan ook veelal uitgevoerd als een beschermd subbrandcompartiment, met uitzondering van een slaapvertrek in een woning. In de praktijk betekent dit doorgaans dat de scheidingsconstructie een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) heeft van 30 minuten. Er zijn dus 3 gradaties van compartimentering, waarvan de grootste het brandcompartiment is, welke weer is opgedeeld in een of meer beschermde subbrandcompartimenten en subbrandcompartimenten. De grenzen van deze compartimenten kunnen samenvallen, waarbij de zwaarste eis zal gelden. 

WBDBO

Het begrip WBDBO staat voor het aantal minuten dat de scheidingsconstructie (of de lucht) tussen twee ruimten (plafond, vloeren en wanden) weerstand biedt tegen branddoorslag en brandoverslag.

Wat is het belang voor bedrijven?

Voor bedrijven is een indeling in brandcompartimenten van belang om bij een brand de schade zoveel mogelijk te beperken. Voor de brandweer is het beheersbaar houden van een brand in een brandcompartiment van belang. De verdere opdeling in beschermde subbrandcompartimenten, veelal bij ruimten waar wordt geslapen, heeft als doelstelling om meer bescherming te bieden tegen brand, zodat er meer tijd over is om in veiligheid te komen.

Loopafstand

De ‘loopafstand' geeft de maximale afstand aan van een vooraf bepaald gedeelte van de vluchtroute. Het pad waarover de vluchtroute kan en mag lopen, dient overal op ten minste een afstand van 30 cm van wanden, kolommen, deuren en kozijnen te worden geprojecteerd. Afhankelijk van de gebruiksfunctie en het aantal personen, kan de loopafstand groter zijn. Ze kunnen variëren van 15 tot 30 meter en soms kan deze 45 tot 60 meter lang zijn.
Wij gebruiken cookies