De Bijlmerramp: de eerste brandweermannen ter plaatse

  • Amsterdam
  • 03 oktober 2017

 

De eerste brandweerman die van de vliegramp wist, was één van de brandwachten in de kazerne Anton aan de Flierbosdreef. Ze waren om half zeven klaar met eten toen een oorverdovend lawaai van vliegtuigmotoren het rumoer van rinkelend servies overstemde en langs het raam van de kantine een fel licht voorbijflitste. Er stortte een vliegtuig neer!

Onmiddellijk werd de alarmcentrale ingelicht en rukte de bezetting uit in de richting van waar de vuurbal gezien was. Snel waren ze ter plaatse en daar werden ze geconfronteerd met een 'towering inferno'. Twee flats van onder tot boven in de brand en een groot gat met fel vlammend puin en vliegtuigresten. In tegenstelling tot de verwachtingen lagen er geen tientallen mensen maar liepen er honderden mensen verdwaasd in de rondte.

Tegen zo'n vuurzee begon je met één autospuit helemaal niets, dus was het wachten op de versterking. Met de autoladder werden de balkons van de nog niet brandende flats systematisch afgezocht.

Ondertussen rende de bevelvoerder naar de onderdoorgangen in de beide flats. Een snelle blik was genoeg. Meteen riep hij de alarmcentrale op om te melden dat er ook voertuigen aan de andere kant van de flats nodig waren. Eén man sprong achterop bij een motoragent en loodste zo de volgende brandweerauto’s naar de andere kant van de brandende flats.

Toen de brandmeester zich eenmaal een idee van de omvang gevormd had, greep hij weer naar de mobilofoon en meldde dat er zo'n 40 tot 60 flats volop in brand stonden. Ook kon hij melden dat er 'zoiets als een vliegtuig' lag. Toen de alarmcentrale vervolgens vroeg of het een 'zeer grote brand' was, antwoordde hij laconiek “dat-ie 'm zo groot nog nooit had gezien”.

Gelukkig was al snel duidelijk dat het geen passagiersvliegtuig betrof, zodat het aantal slachtoffers toch nog meeviel. Samen met de versterking werden er reddingsgroepen geformeerd, die de flats systematisch doorzochten, maar gelukkig bleek dat de bewoners naast het brandende gat zelf hadden kunnen vluchten dankzij de stevige constructie van de gebouwen.

Er volgde een grootschalige blussing, waarbij ook de reuzenbluswagens van Schiphol werden ingezet, waardoor het vuur snel onder controle was. De lange en lastige bergingsfase was begonnen en na drie uur konden de mannen van Anton dodelijk vermoeid naar de kazerne met een autobus. Hun voertuigen waren compleet ingebouwd. Pas toen konden ze op TV zien wat er allemaal nog meer gebeurd was naast hun eigen inzet.

Wij gebruiken cookies