Van geloei tot piepje?

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd in Nederland een organisatie voor de bescherming tegen luchtaanvallen opgericht, de Luchtbeschermingsdienst. Die installeerde vooral in de steden ‘sirenes’. Dat waren grote elektrische toeters met janktonen, die de bevolking moesten waarschuwen als er vijandelijke vliegtuigen naderden. Men kon dan dekking zoeken in schuilkelders en de vrijwilligers van de Luchtbescherming begaven zich naar hun posten van de brandweer, EHBO en reddingsdienst.

De naam ‘sirene’ was ontleend aan de halfgodinnen uit de Griekse mythologie, die met hun gezang passerende zeelieden verleidden tot een andere – dodelijke – vaarkoers.

Tijdens de oorlog zijn de luchtalarmsirenes vaak gebruikt en hebben ze vele mensen door de tijdige waarschuwing gered. Na de oorlog dacht men ze niet meer nodig te hebben, maar de meeste sirenes bleven staan, omdat men ze wel wilde gebruiken voor het alarmeren van de vrijwillige brandweerlieden in de kleinere gemeenten.

In 1952 kwam er door de koude oorlog opnieuw een organisatie voor de bescherming tegen luchtaanvallen, die de naam ‘Bescherming Bevolking’ (BB) kreeg. Die verving het hele oude sirene-netwerk en begon met het maandelijkse testen. Dat gebeurde altijd op de eerste maandag van de maand om 12.00 uur ’s middags.

Voor het alarmeren van de vrijwillige brandweerkorpsen werden de BB-sirenes ook gebruikt. In de jaren zeventig werd – na een serie chemische rampen – besloten dat de sirenes ook gebruikt konden worden om de bevolking te waarschuwen bij grote rampen of gaswolken. Dat kon op dat moment wel ingevoerd worden, omdat steeds meer brandweerkorpsen de beschikking kregen over draadloze alarmontvangers, zodat men niet meer van de sirenes afhankelijk was.

1937 affiche luchtgevaar.jpg
1938 luchtalarmsirene op de Bijenkorf.jpg
1952 bedieningspaneel sirenes Den Haag.JPG

Bij de opheffing van de BB in 1988 werden de sirenes overgedragen aan de regionale brandweren en in 1993 en 1994 werden ze vervangen door een moderne elektronische variant, die radiografisch bestuurd kon worden. Die heetten geen ‘luchtalarm’ meer, maar waren onderdeel van het ‘Waarschuwings- en Alarmeringsstelsel’ (WAS). Technisch gezien was de maandelijkse test niet meer nodig, dus het werd stil in Nederland. Toen aan het licht kwam dat het systeem niet geheel storingsvrij was, werd vanaf 2003 weer maandelijks getest. Tegelijk wordt ook een alarmsignaal via mobiele telefoons uitgezonden, in de verwachting dat dit de nieuwe manier van alarmeren en waarschuwen zal worden.

1952 BB-sirene.JPG
Wij gebruiken cookies