Historie jaren 70 en 80

Jaren 70: brandweer 100 jaar

Uitbreiding
In 1974 vierde de beroepsbrandweer haar 100-jarig bestaan met tal van festiviteiten voor de bevolking. In 1975 was er nog meer feest. Behalve een internationale brandweertentoonstelling in de RAI was er de viering van het 700-jarig bestaan van de stad en het evenement 'Sail'. Amsterdam was in de groei, evenals haar brandweer. Behalve de nieuwe kazerne in de Bijlmermeer werden er in die jaren ook nieuwe posten geopend in de andere groeistulpen van Amsterdam, waarvan twee in Amsterdam-Noord en één in Buitenveldert.

Kazerne in Buitenveldert

Alarmcentrale en meldpunten
In 1975 werd het centraal bureau van de brandweer verplaatst naar een kantoorgebouw, waarin ook een geheel nieuwe alarmcentrale werd gevestigd. Omdat de telefoon nu in bijna elk huis stond waren de rode brandmelders op straat gaandeweg afgeschaft en waren er moderne meldpunten gekomen in vrijwel alle belangrijke gebouwen als grote hotels, kantoren, ziekenhuizen, fabrieken, winkels e.d. De onderlinge verbindingen werden ook gemoderniseerd met de ingebruikneming van vier mobilofoonkanalen en een nieuwe verbindings/commandowagen, voorzien van de modernste snufjes en grote aantallen portofoons.

Hotel Polen
In één van de grote hotels - Hotel Polen aan het Rokin - stond men op het punt een brandmeldinstallatie aan te leggen, maar voordat dat gebeurde brak er op 9 mei 1977 een rampzalige brand uit, waarbij 31 hotelgasten en twee bewoners van een naastgelegen pand om het leven kwamen.

Modernisering
Inmiddels begon ook elders in Nederland de Brandweer te moderniseren en zich aan te passen aan nieuwe eisen. De snelle ontwikkelingen in de chemische industrieën en het transportwezen noopten tot nieuwe taakopvattingen en voorbereidingen. Steeds vaker werd op de Brandweer een beroep gedaan bij andere calamiteiten dan brand en de uitrusting en opleidingen hielden daarmee gelijke tred.

Rampenbestrijding
Met het opheffen van de Bescherming Bevolking kwam de taak van rampenbestrijding en de voorbereiding daarop bij de Brandweer te liggen, die zich daarvoor in regionaal verband organiseerde. In 1981 was al een samenwerkingsovereenkomst met Landsmeer gesloten voor wederzijdse assistentie bij branden en andere calamiteiten en in 1982 werd met de gemeente Diemen de Regionale Brandweer Amsterdam en Omstreken opgericht. Door de opheffing van de BB - die in Amsterdam als gemeentelijke dienst was georganiseerd - kwam de noodzaak tot de instelling van een speciale rampenbestrijdingsorganisatie, die als RRO onder de Regionale Brandweer werd geplaatst. Later werd deze vrijwilligersorganisatie verder geprofessionaliseerd en hernoemd in RVHV (Regionale Vrijwillige Hulpverleningsorganisatie). De Regionale Brandweer werd in 1990 uitgebreid met de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel en Uithoorn. Een andere belangrijke erfenis van de BB was de Chemische Adviesdienst, die overging naar de Amsterdamse Brandweer, zodat beschikt kon worden over deze zeer specialistische expertise, die uniek was in Nederland. 

Jaren 80: bezuinigingen

Acties
De tachtiger jaren werden voor een groot deel bepaald door bezuinigingen bij de overheid, waaronder de Brandweer. Er waren onderzoeken, er was sprake van de sluiting van kazernes, er moesten arbeidsplaatsen worden ingeleverd en de arbeidsvoorwaarden stonden ter discussie. In de jaren 1983 tot en met 1986 waren er diverse malen acties, die een steeds grimmiger karakter kregen. Uiteindelijk werden er geen kazernes gesloten en werd het personeelsbestand zoveel mogelijk via natuurlijk verloop teruggebracht. De gemiddelde werkweek, die in 1967 naar 67 en in 1972 naar 60 uur was gebracht, werd in 1986 verlaagd naar 57 uur. Wel zagen achttien van de in februari 1985 aangestelde aspirant-brandwachts hun aanstelling beëindigd worden. Door efficiency-maatregelen en het terugbrengen van de vaste bezetting van de tankautospuit kon een verdere verlaging van het personeelbestand worden bewerkstelligd.

Rampen
Midden in deze onstuimige periode vonden er enkele flinke branden plaats. Op 15 juli 1983 verbrandde een groot transportbedrijf aan de Aambeeldstraat, op 16 december 1983 een groot nachtclubcomplex aan de Oude Zijds Achterburgwal, waarbij dertien mensen om het leven kwamen, en op 17 september 1985 ging de Makro-vestiging aan de De Flinesstraat in Duivendrecht in vlammen op na brandstichting.

Landelijk uniform en veiliger materieel
De persoonlijke zowel als de materiële uitrusting van de brandweerman veranderde in de tachtiger jaren aanzienlijk. Het nette tenue of 'lakense pak' werd vanaf 1983 verwisseld voor het landelijke brandweeruniform, de persluchtapparaten werden lichter en veiliger, de altijd zware gordel met bijl, lijntas en maskertas verdwenen van het uitruktenue en tenslotte werd de typische Amsterdamse brandweerhelm, welk model sinds de oprichting herkenbaar was geweest, vervangen door een betrouwbaarder, witte kunststofhelm. De oude blusboot 'Jan van der Heijde' werd in 1983 vervangen door de hypermoderne naamgenoot met de toevoeging 'III', en verdween zelf naar het Nationaal Brandweermuseum in Hellevoetsluis. De bijzondere voertuigen van de Brandweer werden niet meer speciaal opgebouwd, maar in containervorm geconstrueerd, zodat minder auto's nodig waren voor de speciale gereedschappen die slechts af en toe nodig waren. Mede daardoor kon andermaal een personeelsbesparing worden verkregen.

Alarmcentrale IJtunnel en centraal bureau Weesperzijde
Gelukkig ondervond het nieuwbouwprogramma voor de kazernes geen nadeel van de bezuinigingsjaren, zodat aan de Ringdijk, Marnixstraat en Remmerdenplein nieuwe moderne gebouwen verrezen ter vervanging van de oude. Ook het centraal bureau verhuisde en betrok het dienstgebouw van de opgeheven Dienst Bescherming Bevolking aan de Weesperzijde. De alarmcentrale werd in 1988 gevestigd aan de hoofdwacht IJtunnel.

Wij gebruiken cookies