Historie 1940 - 1945: oorlog in Amsterdam

Brandende Petroleumhavens mei 1940

Blussen in bezettingstijd
Voor de Brandweer begon de oorlog op 10 mei 1940 om 04.12 uur, toen werd uitgerukt om te helpen blussen op het zwaar gebombardeerde vliegveld Schiphol. Tijdens de blussing raakten twee brandweerlieden dodelijk gewond als gevolg van een hernieuwd bombardement.
Tijdens de laatste gevechtsdagen werden de olie-installatie van de stad door Britse militairen in brand gestoken, zonder dat de Brandweer uit blussen ging. Pas na de bezetting werd er uitgerukt.
Onder het Duitse bestuur werd de luchtbeschermingsbrandweer in vaste dienst genomen en als hulpbrandweer aan de beroepsbrandweer toegevoegd, waardoor een uitbreiding met 528 man over dertien posten plaatsvond. Deze hulpbrandweer was voorzien van 52 auto's met aanhangmotorspuiten.

Bombardementen en branden
Gedurende de bezettingsjaren vonden verscheidene bombardementen en grote branden plaats in Amsterdam. Tijdens een bombardement op 11 oktober 1940 raakten vier brandweerlieden dodelijk getroffen. De zwaarste bombardementen vonden plaats in juli 1943 op Amsterdam-Noord, waar de Fokkerfabriek het doel was en in november 1944 op de omgeving van de Euterpestraat, waar de Sicherheitsdienst gevestigd was. Hierbij vielen respectievelijk 179 en 65 doden en talloze gewonden. De grootste brand van de laatste eeuwen ontstond op 27 april 1943, toen een geallieerde bommenwerper achter het Carlton-hotel aan de Vijzelstraat neerstortte en een heel huizenblok in brand zette.

Militaire rangen
Organisatorisch kwam de Amsterdamse Brandweer vanaf 1 januari 1944 onder de Staatsbrandweerpolitie en het personeel kreeg militaire rangen. Brandstof en voedsel werden in de laatste bezettingsjaren schaars, en tot overmaat van ramp werden nog eens 36 auto's gevorderd. Vanaf januari 1945 kon moest node worden uitgerukt met trekwagentjes, omdat alleen voor grotere branden nog wat benzine beschikbaar was. Op 12 april 1945 werd zelfs de stroomlevering gestaakt. Enkele weken na de bevrijding was de situatie weer enigszins normaal, en was de Brandweer een Duitse diesel-autospuit, een Britse transportwagen en zeven Nederlandse aanhangmotorspuiten rijker. De Hulpbrandweer kon worden opgedoekt en de wederopbouw begon. Het personeelsbestand werd weer tot normale sterkte teruggebracht en de militaire rangen werden snel afgeschaft. 

Trekwagens brandweer door benzineschaarste

Wij gebruiken cookies