Historie 1896-1923: uitbreiding en motorisering

Elektrische brandweervoertuigen in 1902

Nieuwer-Amstel komt erbij
In 1896 werd door de annexatie van het stedelijk gebied van de gemeente Nieuwer-Amstel het verzorgingsgebied anderhalf keer zo groot. Niet alleen de beroepsbrandweer maar ook de stoomspuit van Nieuwer-Amstel werd overgenomen, en het waterleidingnet werd aanzienlijk groter. De Brandweer werd gereorganiseerd en drastisch uitgebreid. De vrijwillige brandweerkorpsen in de nieuw geannexeerde gebieden werden door de bouw van nieuwe kazernes overbodig en binnen twee jaar opgeheven.
Vanaf 1897 beschikte de Amsterdamse Brandweer over twaalf kazernes, verdeeld over vier secties. De laatste post met een handgetrokken brandspuit werd in dat jaar opgeheven.

Nieuw materieel
Rond de eeuwwisseling vonden vooral veel verandering in het materieel plaats. Er kwamen nog twee stoomspuiten bij en de koolzuurspuit deed zijn intrede. Dit laatste voertuig had een flinke hoeveelheid bluswater aan boord, dat onder koolzuurdruk kon worden verspoten, zodat een eerste aanval kon worden ingezet. Voor de meeste kleine brandjes was die hoeveelheid genoeg, en anders werd de waterleiding ingezet, desnoods samen met de stoomspuiten. Ook werden er mechanische Magirus-ladders aangeschaft die tot 22 meter reikten en werd in 1904 de grote drijvende stoomspuit 'Jason' voor het havengebied in dienst gesteld.

Meer auto’s, minder paarden
Na enkele zeer geslaagde experimenten werden in dat jaar ook de eerste grotere elektrische auto's in gebruik genomen, waarna gaandeweg een groot deel van het materieel gemotoriseerd werd en het aantal paarden kon worden verminderd.
Ook de afdeling Preventie kreeg het drukker, vooral toen in 1913 nieuwe voorschriften voor bioscopen en werkplaatsen werden ingevoerd.

WO I
De eerste wereldoorlog betekende voor de Brandweer een periode van materiaalgebrek en uitstel van de levering van de eerste benzine-motorvoertuigen. De noodzakelijk geworden bezuinigingen resulteerden zelfs in de sluiting van een brandweerpost in het centrum van de stad.

1921 en 1922
Het jaar 1921 bracht grote veranderingen met zich mee. Opnieuw werd door annexatie het grondgebied uitgebreid, waardoor het verzorgingsgebied 3½ keer zo groot werd. Het personeel werd ook uitgebreid en van de 21 bestaande vrijwillige korpsen in het geannexeerde gebied werden er tien in stand gehouden. Het beroepsbrandweerpersoneel zag de gemiddelde werkweek dalen van 105 naar 84 uur en richtte een sportvereniging op, naast het al bestaande muziekkorps en mannenkoor. Het bestelde motormaterieel werd afgeleverd en twaalf autospuiten, vier autoladders en enkele hulpvoertuigen werden in dienst gesteld.
De vuurproef voor dit materieel kwam al op 31 mei 1922 toen een immense brand een groot deel van het Werkspoor-complex op Oostenburg verwoestte. De Brandweer weerde zich kranig en wist het vuur onder moeilijke omstandigheden tot stoppen te dwingen.

Grote brand en strenge vorst Jodenbreestraat 1922

Wij gebruiken cookies