Brandweervrouwen Linda en Robin

  • Sluiskil
  • 08 maart 2019

“Vooroordelen over vrouwen bij de brandweer zijn vervelend en ouderwets”

Vandaag staan we stil bij Internationale Vrouwendag! Bij Brandweer Zeeland werken circa 1.100 vrijwilligers verdeeld over 64 posten door de regio. Hiervan zijn er 56 vrouw. Landelijk neemt het aantal dames bij de brandweer toe. Hoe is het om als vrouw te werken in dit beroep, wat toch nog een beetje het imago heeft van ‘stoer mannenwerk’? Brandweervrouwen Linda Heinsius en Robin Vleesdraager aan het woord over meisjesdromen, gelijkheid en teamspirit. Lees de verhalen van Linda en Robin hieronder. 

Linda Heinsius

“Mama, als papa er niet is en de pieper gaat, dan mag je gewoon weg gaan hoor,” zegt de tienjarige dochter tegen haar moeder Linda Heinsius. Linda is brandweervrouw, brandweerchauffeur, werkt bij de Thuiszorg én moeder van een zoon van 7 en een dochter van 10. Ze heeft veel ballen om hoog te houden. Linda vertelt wat het betekent om als vrouw bij de brandweer te werken, hoe ze dat combineert met haar drukke gezinsleven en tegen welke vooroordelen ze aanloopt.

De brandweer is zowel bij Linda door haar vader, als bij haar kinderen door Linda zelf, met de paplepel ingegoten. “Haar vader was 35 jaar brandweerman en als klein meisje ging ze al bij de branden kijken. Voor haar was het dertien jaar geleden geen moeilijke keus om in de voetsporen van haar vader te stappen. Ze begon op de kazerne aan de Oranjeweg in Goes, waar de collega’s wat sceptisch en afwachtend waren. “Vrouwen stonden erom bekend dat ze snel stopten als vrijwilliger bij de brandweer. Dit was voor mij juist de motivatie om te bewijzen dat het ook anders kan. Ik heb me hierin nooit vervelend gevoeld, omdat de collega’s er niet negatief over waren”, vertelt Linda.

"Vooroordelen zijn ouderwets"

Linda vindt de vooroordelen, die je als vrouw bij de brandweer te horen krijgt, vervelend en niet meer van deze tijd: “Je bent als vrouw niet anders dan als man. Ja, ik combineer dit werk met andere zaken en mijn gezin, maar dat doen mannen net zo. Daarbij zijn er bijvoorbeeld zelfs mannen die gescheiden zijn, maar wel een paar kindjes hebben. Van hen wordt ook verwacht dat ze het kunnen. Dan kan ik het zeker denk ik dan, want ik heb nog een man aan mijn zijde die mij helpt en de kindjes opvangt als ik word opgepiept. Ik begrijp wel dat mensen zo denken, maar het is gewoon een ouderwetse gedachte.”

Linda is niet gevoelig wat omstanders bij een incident van haar als vrouw vinden: “Soms krijg ik wel verbaasde blikken van omstanders. Zeker als ik achter het stuur van de wagen zit. Ik zie ze ook wel eens kijken met een blik van gaat dat lukken, als ik met een grote auto aankom en in een smal straatje moet zijn.” Dat wakkert haar bewijsdrang aan en dat heeft juist een positieve uitwerking op Linda: “Ga maar aan de kant! Ik zal je eens laten zien dat het lukt.” Verder hoort Linda nog wel eens verbaasde reacties als ze na een inzet haar helm af doet en omstanders zien dat ze een vrouw is: “Het schijnt toch een bijzonderheid te zijn, maar ik heb nooit vervelende dingen gehoord.”

Als brandweervrouw moet je in de praktijk dezelfde fysieke en soms zware prestaties kunnen leveren als je mannelijke collega’s. Daar wordt wel eens over getwijfeld. “Je loopt zeker tegen zwaar werk aan. Mannen zijn vaak fysiek sterker in hun armen, maar er is geen bewijsdrang tegenover de collega’s. Waar je vroeger misschien meer moest laten zien hoe sterk je was, is het nu juist belangrijk dat je als team samenwerkt. Je werkt in groepen en zit in totaal met zes man in de wagen. Als er een zwaar object is, dan help je elkaar. Zo kom je samen verder.”

Het is écht mooi werk

Linda’s kinderen vinden haar een stoere mama! Ze komen daarom ook graag op de kazerne. Alleen laten, kan ze haar kinderen nog niet. Vaak is er wel wat te regelen, doordat ze alleen ’s avonds, ’s nachts en in het weekend opgepiept kan worden. Linda: “Ze zijn het ook gewend dat als de pieper gaat, ik snel weg moet. Daarbij is het zo dat als ik geen oppas heb, ik de melding aan me voorbij moet laten gaan. Dan is het zo.” Linda vindt het ook mooi dat dit werk met de paplepel ingegoten is door haar vader: “Vooral in het begin heb ik het er veel met hem over gehad. Het is toch iemand die écht weet waar je het over hebt: “Ik heb van hem geleerd dat je moet samenwerken en ervaringen moet delen. Ook om ze te kunnen verwerken.”

“Ik kan andere meiden zeker aanraden om bij de vrijwillige brandweer te komen. Vrouw zijn is geen reden om níet bij de brandweer te gaan. Je moet natuurlijk wel aan de eisen voldoen, fit zijn en daarom een goede conditie hebben, maar ik houd het toch ook al dertien jaar vol”, zegt Linda vastberaden. Ze komt door haar werk bij de brandweer in veel verschillende situaties en dat vindt ze het mooiste aan haar werk: “Je ziet verdriet, maar ook veel blijdschap. Je doet echt iets voor mensen, want je komt niet als er niets aan de hand is.” Het allerleukste vindt Linda het rijden in de brandweerwagen. “Dat voelt stoer en het geeft een goed gevoel dat je dat voertuig onder controle hebt”, zegt ze.

Robin Vleesdraager

“Waar andere mensen wegrennen, ga ik naar toe of naar binnen”, zegt de zevenentwintigjarige Robin Vleesdraager. Robin begon op haar veertiende als eerste meisje bij de jeugdbrandweer in Vlissingen, zit dit jaar negen jaar bij de vrijwillige brandweer én werkt bij de forensische opsporing van de politie. Deze stoere dame zit niet stil en vertelt vol passie haar verhaal als vrouw bij de brandweer.

Als koppel bij de brandweer

“Toen ik op mijn twaalfde tijdens de opening van de post Stromenweg een stand van de jeugdbrandweer zag staan, was ik verkocht: ik wilde bij de jeugdbrandweer! Na mijn inschrijving heb ik nog zo’n twee jaar moeten wachten tot ik eindelijk aan de slag kon. Het was blijkbaar een hele stap om voor het eerst een meisje aan te nemen bij de jeugdbrandweer. Nu zijn ze juist blij met me. Ik ben nu manschap, chauffeur en duikassistent bij de Terneuzense duikploeg van de brandweer ”, vertelt Robin, die samen met haar vriend vrijwilliger is op de brandweerpost in Sluiskil. “Het is echt een hobby en we zijn er in onze vrije tijd graag mee bezig. Ook worden we samen opgeroepen en zijn we dan ook samen bij een noodsituatie.” “Ik krijg niet alleen bij de brandweer, maar ook bij mijn werk bij de politie soms heel wat voor mijn kiezen. Mijn vriend is door het werk bij de brandweer niet onbekend in de hulpverleningswereld. Daarom kan hij er zich een goede voorstelling van maken. Ook als ploeg staan we sterk en kunnen we elkaar helpen waar nodig.”

One of the guys

Robin staat sterk als vrouw binnen haar team en doet niet onder voor haar mannelijke collega’s: “Ik ben echt een gelijke en zo ervaar ik het ook. Daarbij houd ik me ook niet echt bezig wat anderen denken. Er waren wel enkele aanpassingen nodig op de brandweerkazerne, een damestoilet was er wel, maar een dameskleedkamer moest nog worden gerealiseerd. Ik ben altijd al sportief geweest en fitheid is natuurlijk belangrijk. Ik zeul gewoon alles mee en kan alles wat de mannen ook doen.”

Of omstanders een brandweervrouw verwachten bij een noodsituatie denkt Robin van niet: “We hebben een Facebookpagina waar soms berichten van uitrukken op worden geplaatst. Soms reageren de bewoners van Sluiskil op die berichten met ‘goed gewerkt mannen’! Dan denk ik: Hé, ik was daar ook bij! Het zijn niet alleen maar mannen hoor! Mensen zien het ook niet als je bezig bent. Je hebt je spullen aan en je staart zit onder je helm verstopt.”

Toch merkt Robin één verschil met haar mannelijke collega’s: “Vrouwen letten toch meer op details dan mannen. Zeker als het om kleding gaat: doe je kraag goed, doe je jas even goed dicht. Zulke dingen zijn belangrijk voor je veiligheid, maar mannen zijn daar in het algemeen wat ongeduldiger en slordiger in en ik heb meer oog voor die details.” Deze eigenschap helpt haar ook bij het Veiligheidscentrum Zeeland in Vlissingen, waar Robin op oproepbasis werkt als assistent instructeur. “Hier oefen je realistisch op incidenten. Ik vind dat erg leuk en het is ook nog eens goed voor je eigen ontwikkeling.”

Een brandweervrouw is stoer

De brandweer heeft vaak nog een imago van een mannenberoep, omdat er meer mannen dan vrouwen actief zijn binnen de vrijwillige brandweer. Toch raadt Robin ook andere vrouwen aan om bij de vrijwillige brandweer te komen: “Het is gewoon stoer om te kunnen zeggen: ik zit bij de brandweer, vind ik. Het is voor je fysieke gesteldheid goed, het is belangrijk dat je fit blijft. Daarnaast is het echt een teamsport en we hebben een hele hechte ploeg. Je bent samen bezig bij een incident en je kunt daarna samen uitrusten en uitzweten als dat nodig is. Echt dat teamgevoel: je hebt samen de klus geklaard! Je staat er niet alleen voor.” Daarnaast wordt het werk van de brandweer volgens Robin enorm gewaardeerd: “Als je ter plaatse komt, dan kan je in eerste instantie niets goed doen en dan gaat het nooit snel genoeg voor mensen. Achteraf zijn mensen je heel dankbaar en blij dat je geweest bent. De nood is hoog en we hebben meer brandweervrijwilligers nodig. Kom daarom ook als vrouw, en als je fit bent, gewoon lekker bij de brandweer”, concludeert Robin.

Delen