Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
Er wordt zowel monodisciplinair als multidisciplinair geoefend. Monodisciplinair betekent dat er alleen met en binnen de eigen discipline (de brandweer) geoefend wordt, multidisciplinair betekent dat er samen met bijvoorbeeld de politie, de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen), gemeenten, Rijkswaterstaat en andere hulpdiensten wordt geoefend.
Elke brandweerweerman, van manschap tot officier moet een bepaald aantal keren per jaar oefenen. Elke post (voorheen kazerne) oefent zeer regelmatig onder leiding van een oefenleider die verantwoordelijk is voor de juiste uitvoering van de oefening. De oefencoördinator ondersteunt bij de uitvoering van het vastgestelde oefenbeleid, de kwaliteitstoetsing en het vaststellen van oefenroosters. Alle oefeningen worden geregistreerd. Nadat de oefencyclus is afgewerkt, worden de geregistreerde gegevens geanalyseerd. Op basis van de uitkomsten wordt bepaald of de gestelde doelen zijn bereikt. Op basis van deze analyse kunnen oefeningen worden bijgesteld, geïntensiveerd, verminderd of verplaatst. Zo werkt een post toe naar een situatie waarin de geoefendheid van het brandweerpersoneel op peil is en blijft.