Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
Lekker zelf gevangen vis roosteren of met z’n allen rond een kampvuur op het strand. Gezellig! Maar ga wel zorgvuldig om met open vuur in de natuur. Het brengt namelijk risico’s met zich mee. Zeker als het al een tijdje droog is. Maak alleen een vuurtje op plaatsen waar dat mag.
Houd u aan de plaatselijke regels. De regels kunnen te maken hebben met een lange periode van droogte, toegankelijkheid van het gebied of bijvoorbeeld de directe leefomgeving van mens en dier.
Als u toestemming heeft om ergens een kampvuur te maken, zorg dan voor een goed begin. Verzamel licht ontbrandbaar materiaal, ook wel tondel genoemd: hooi, droog gras, dennennaalden, twijgjes of houtsplinters. Maak van het materiaal een hoopje. Daarom- en overheen bouwt u met dunne takjes een kleine piramide. Hier omheen bouwt u dan weer een iets grotere piramide van wat dikker hout. Laat aan de kant waar de wind vandaan komt een opening over om het vuur later aan te steken.
Het is belangrijk dat u het vuur goed dooft en de as en kooltjes netjes opruimt. Dat gaat zo:
Is het vuur nog te groot?
Wees dan voorzichtig met grote hoeveelheden water. Als u er te veel water op gooit, ontstaat een hete stoomwolk die brandwonden kan veroorzaken. Begin met het verspreiden van het hout en doof het vuur met zand.
Een brandje in het bos, op de hei of in de duinen loopt al snel uit de hand, want natuurbranden zijn grillig en moeilijk te bestrijden. Vuur kan zich razendsnel verspreiden via kruinen van bomen en kan heel onverwachts op de rond opduiken. Ieder vuurtje in een natuurgebied kan uitlopen op een allesverwoestende brand. Het grootste gevaar voor mensen is, dat ze door het vuur ingesloten raken en niet meer weg kunnen komen.
Lees meer over het voorkomen van natuurbranden.