Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
Er zijn verschillende soorten brand. Die moet je allemaal op een andere manier blussen.
Dit is een brand in een gebouw. Bijvoorbeeld een woning, flat of fabriek. Lees meer bij Brand binnen.
2. Buitenbrand Dit is een brand in de openlucht, bijvoorbeeld een bosbrand of een bermbrand. Lees meer bij Brand buiten.
3. VoertuigbrandDit is een brand in bijvoorbeeld een auto of vrachtwagen.
Een autobrand is meestal niet zo groot. Het belangrijkste gevaar is de benzine- of gastank. Ook kunnen de banden van de auto ontploffen. Een vrachtwagenbrand is gevaarlijker. Al was het maar, omdat een vrachtwagen meer brandstof aan boord heeft. En soms ook een brandgevaarlijke lading.
De moeilijkheid van een scheepsbrand is vaak dat het schip lastig is te bereiken. Het schip ligt bijvoorbeeld op zee. Een schip is opgedeeld in verschillende ruimtes en vaak gebouwd van staal. Dit betekent dat de ruimte waarin er brand is, heel erg heet kan worden. En doordat het staal dan ook heel heet wordt, kan ook de ruimte ernaast in brand raken.
Door de ingewikkelde indeling van een schip, is de brand moeilijk te vinden voor de brandweer. En als de brandweermensen naar binnen gaan, moeten ze ook weer goed de weg terug weten! Door het blussen met water kan het schip ook nog eens zinken, door midden breken of kapseizen.
Het blussen van een vliegtuig is ook speciaal werk. In een vliegtuig kan namelijk heel veel brandstof zitten. Het vuur moet dan ook zo snel mogelijk worden bedwongen. Elk vliegveld heeft daarom een eigen brandweer, met speciale voertuigen, die crashtenders heten. Deze wagens kunnen heel veel water meenemen. Er zitten een paar waterkanonnen op. Hiermee kunnen ze vanaf een hele grote afstand al beginnen met blussen. Zelfs als ze nog rijden!