Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Op 5 februari 1973 wordt Post Oost aan de Niels Finsenstraat in gebruik genomen. Dit naar aanleiding van vaker voorkomende stremmingen in het verkeer. In het bijzonder het Spaarne vormt hierbij een grote belemmering.
Een nieuwe post is nodig, omdat het nieuwe in aanbouw zijnde Schalkwijk zo zoetjes aan uit zijn voegen begint te groeien. Op zich stelt het niet veel voor, het betreft een garageloods en een houten verblijfsgebouw. Maar het is dan ook maar voor tijdelijk.

Op 21 oktober 1977 is het dan zover: de nieuwbouw in Oost is een feit. Die vrijdag wordt de nieuwe post aan de Floris van Adrichemlaan in gebruik genomen. In deze kazerne worden zes brandweerlieden in beroepsdienst gestationeerd, wat inhoudt dat het hele korps in totaal met 21 man wordt uitgebreid. De post biedt onderdak aan een autoladder en een autospuit.
Weliswaar is de nieuwbouw van Post Oost aan de Floris van Adrichemlaan een zorg minder, maar lang niet alle zorgen zijn hiermee opgelost. Ook Post Noord moet verbouwd worden ten behoeve van de woonaccommodatie van de manschappen. In de kazerne aan de Gedempte Oude Gracht wordt het ook steeds lastiger: het aantal stallingplaatsen voor de voertuigen moet worden uitgebreid. Maar er moet ook meer kantoorruimte komen als gevolg van de regionalisatie van de brandweer. Al met al wordt het wederom te krap.
Ook Spaarndam komt onder de aandacht. Hier wordt ook een brandweerpost ingericht, bemand door vrijwilligers. Zij hebben de beschikking over een autospuit en een blusboot, met de naam Maja. Maja heeft een capaciteit van 3000 liter per minuut en is uitgerust met een waterkanon. Daarnaast heeft Spaarndam de beschikking over een vlot om mensen en materieel over te brengen.
Nog even terug naar de samenwerkingsverbanden van de gemeenten onderling, welke met Brauers intensief op gang zijn gekomen. Zijn opvolger, de heer Brandsen, zet dit voort in nauwe samenwerking met ondercommandant Hart. Op 18 december 1978 komt de koninklijke goedkeuring voor de Regionale Brandweer Kennermerland. Hieraan nemen de volgende gemeenten deel: Bennebroek, Beverwijk, Bloemendaal, Castricum, Haarlem, Haarlemmerliede/ Spaarnwoude, Heemskerk, Heemstede, Hillegom, Uitgeest en Zandvoort.
Naar aanleiding van het steeds groter wordende ruimtegebrek onderzoekt de brandweer in samenwerking met Openbare Werken een tiental mogelijk locaties voor een nieuwe brandweerkazerne. Er blijven uiteindelijk drie locaties over, in de nabijheid van de kruising Westelijke Randweg en Zijlweg.
Aan de Gedempte Oude Gracht komt de bouw van de regionale alarmcentrale met het daarbij behorende verbindingsnet gereed en wordt door de heer R.de Wit, commissaris van Hare Majesteit de Koningin, operationeel verklaard. De organisatie krijgt het volgende model:
Daarnaast verschijnt er dit jaar een rapport van een ambtelijke werkgroep waarin brandweer, verkeerspolitie en Openbare Werken zitting hebben. Hieruit blijkt dat het Bijvoetterrein de meest geschikte locatie is voor nieuwbouw van de kazerne. Dit terrein ligt op de hoek Zijlweg - Westelijk Randweg naast de Kerk van Nazarener. Men is hier niet helemaal gelukkig mee, omdat op het naastgelegen Kol-terrein woningbouw gepleegd gaat worden. Het wachten is nu op een beslissing van het gemeentebestuur.
De nieuwe Brandweer- en Rampenwet wordt landelijk van kracht. De taak van de brandweer wordt hierin gemeentelijk en regionaal geregeld. De brandweer is nu de spil van de organisatie, die in zowel vredes- als oorlogstijd de hulpverlening bij rampen en ongevallen aanpakt. Wat betreft de huisvesting in een nieuwe kazerne, zit er nog geen schot in. Wel bekrachtigt burgermeester Schmitz de opdracht aan het bedrijf Openbare Werken om zo spoedig mogelijk definitieve plannen te ontwikkelen.
Nog steeds geen nieuwbouw. Wel is er een indrukwekkende maquette gemaakt van het ontwerp.
Eindelijk gaat de gemeenteraad akkoord met het nieuwe bestemmingsplan voor de nieuwbouw. Echter tot ieders grote schrik wordt ook gevraagd om de mogelijkheden te bekijken om brandweer en politie samen te huisvesten in de Koudenhorn kazerne. De bouwplannen verdwijnen in de ijskast. Deze ijskast gaat al gelukkig snel weer open wanneer blijkt dat huisvesting in de Koudenhorn kazerne vele nadelen met zich meebrengt. De uitruktijden zullen bij huisvesting daar ongunstig beïnvloed worden.
Burgermeester Schmitz meldt tijdens de nieuwjaarsreceptie dat de ontwikkelingen voor de nieuwe kazerne langer duren dan gewenst. Vooral het grote aantal bezwaarschriften is hieraan debet. Ze had gehoopt dat al in 1987 de eerste paal geslagen zou worden. Maar er is nog een lange weg te gaan. Het zoeken naar nieuwe alternatieven ziet ze echter niet zitten. Het bouwplan wordt overigens dit jaar nauwelijks verder ontwikkeld. Het geeft nu aan dat de eerste paal in het najaar van 1989 geslagen zal worden.
Er zijn weer nieuwe ontwikkelingen. In juli 1989 verschijnt een rapport met het advies bureau SAVE. Dit naar aanleiding van problemen die zich vooral voordeden binnen de repressieve dienst. Het rapport is onthullend. Eén van de belangrijkste knelpunten blijkt wederom het historisch spanningsveld tussen beroeps en vrijwilligers te zijn. Het beroepspersoneel zou in veel gevallen meer zelfstandig kunnen en willen werken. Voor de vrijwilligers geldt eigenlijk precies hetzelfde, met die beperking dat zij altijd beginnen met een achterstand in opkomst, materieel en organisatie. Zij moeten zich als het ware invechten. Hoewel zij massaal opkomen, is er weinig voor hen te doen. Het alleen op laten komen in geval van grote of langdurige branden zou ongetwijfeld afbreuk doen aan de motivatie en zich uiten in het afbrokkelen van de vrijwilligersafdeling.
Kortom, de inzet van de vrijwilligers moet vergroot worden. Zo zouden er meer spuithuizen in de stad moeten komen, die door de vrijwilligers sneller te bereiken zouden zijn. Dit zou wel betekenen dat er bij de beroeps 16 formatieplaatsen verloren gaan.
Al met al wordt de aanbeveling van SAVE niet aangenomen. Zowel de leiding van de brandweer als de medezeggenschapscommissie zijn niet enthousiast over het plan. De bestaande verhouding moet blijven bestaan, te weten de helft beroeps, de helft vrijwilligers. Er wordt gereorganiseerd en meer aandacht gegeven aan de opleidingen. Dit laatste voornamelijk door de Brandweerwet uit 1985, waarin de taken voor de brandweer aanzienlijk verzwaard zijn. Er is een tekort aan hoger opgeleid personeel.

Terug naar de nieuwbouw. De eerste paal is nog steeds niet geslagen. Voor commandant Brandsen en zijn mannen wordt deze paal een soort obsessie. Vooruitlopend op 1992, wanneer Brandsen met functioneel leeftijdsontslag zal gaan, benoemen de burgemeester en wethouders een nieuwe functionaris die de reorganisatie zal gaan begeleiden. Het betreft de 37-jarige heer J.M.P. Wink, commandant van de brandweer Assen en van de Brandweer Hulpverleningsdienst Noord- en Midden Drenthe, die naar verwachting Brandsen te zijner tijd zal opvolgen.
De heer Wink zal zich met name bezighouden met het werven van vrijwilligers, want het wordt steeds lastiger deze te vinden. De opvolging gebeurt echter sneller, wanneer Brandsen besluit om per 1 oktober 1990 met ontslag te gaan. Op 28 september vindt de wisseling van de wacht plaats. Commandant Brandsen overhandigt zijn zilveren penning en helm aan de burgemeester, waarna deze de penning overhandigt aan de heer Wink. Brandsen kan nu als Officier in de Orde van Oranje Nassau van zijn pensioen gaan genieten.

Het einde van drie eeuwen brandweer, maar 10 september 1991 is ook het begin van een nieuwe eeuw in de geschiedenis van brandweer Haarlem. Openbare Werken heeft kosten noch moeite gespaard om de bouw van de nieuwe kazerne voor te bereiden. Het wordt een eenvoudig gebouw zonder opsmuk, maar wel met de allure van betrouwbaarheid en bedrijfszekerheid.
Het gebouw aan de Zijlweg 200 huisvest zowel de brandweer als de ambulancedienst daarnaast zijn er afdelingen van de GGD in gehuisvest. Het MICK gebouw is aangebouwd en huisvest de meldkamer voor politie, ambulancedienst en brandweer en het veiligheidsbureau. In Haarlem zijn twee brandweerposten, aan de zijlweg en aan de floris van adrichemlaan. Deze posten worden voor repressie door zowel beroepsmedewerkers in de 24 uur dienst als vrijwilligers bemensd.