Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

NEN 4001:2006 Projecteren van draagbare en verrijdbare blustoestellen

In deze norm leest u waar, hoe en hoeveel blusapparaten in bepaalde ruimtes en/of gebouwen geplaatst moeten worden voor een optimale beveiliging.

 

Basisbeveiliging

  • Verdeel het te beveiligen gebouw in zones waarin per zone één belangrijkste brandklasse en activiteit te onderscheiden is.
  • Toegelaten blustoestellen voor basisbeveiliging:  6 -  9 - 12 kg poeder /  6 - 9 liter schuim
  • Per zone blustoestellen projecteren, afhankelijk van de inhoud, vloeroppervlak en gebruiksfunctie, volgens tabel.
  • Een brandslanghaspel telt als één basisbeveiligingseenheid
  • Per zone minimaal één blustoestel
  • Maximale loopafstand tot een blustoestel: 20 meter.

 

naar boven

Aanvullende beveiliging

  • Beveiliging van bijzondere risico’s zoals machines, computerruimtes, schakelkasten e.d.
  • Alle typen blustoestellen toegelaten, dus ook kleinere blussers en koolzuursneeuwblussers
  • Maximale loopafstand tot een blustoestel: 5 meter.
naar boven

Verrijdbare blustoestellen

  • Toepassing: grote ruimten, hoge ruimten, buitenopslag
  • Toegelaten verrijdbare blustoestellen:
    • 50 kg poeder
    • 45 0f 50 liter schuim
  • Eén bluswagen vervangt:
    • 8 draagbare blustoestellen met een inhoud van 6 kg of 6 liter
    • 5 draagbare blustoestellen met een inhoud van 9 kg of 12 kg of 9 lite
    • Maximale loopafstand is 30 meter.
naar boven

Plaatsen van blustoestellen

  • Met pictogram volgens NEN 3011
  • Montagehoogte:
  • maximaal 1,5 m voor blustoestellen van maximaal 4 kg of 3 liter inhoud
  • maximaal 1,0 m voor blustoestellen met meer dan 5 kg of 6 liter inhoud
  • Bij koel- en vriescellen: buiten de gekoelde ruimte  bij elke toegangsdeur
  • Denk aan passende beschermhoezen- en kasten.
naar boven