Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
Bij brand in een afgesloten ruimte zal al snel de gehele ruimte zijn gevuld met hete rook– en verbrandingsgassen. De overlevingskansen voor personen in die ruimte zullen daardoor snel kleiner worden. Daarom kennen we naast brandcompartimenten ook rookcompartimenten.
Een rookcompartiment moet voorkomen dat de rook zich naar andere ruimten verplaatst. Om dit te bereiken moet tussen een rookcompartiment en andere besloten ruimten voldoende ‘weerstand tegen rookdoorgang zijn’. Een brandcompartiment voldoet hier ruimschoots aan en is dus tegelijkertijd een rookcompartiment.
Soms kan het nodig zijn om een brandcompartiment onder te verdelen in meerdere rookcompartimenten. Het doel hiervan is een veilige vluchtweg mogelijk te maken, zonder hinder van rook. Die vluchtweg mag dan ook niet zo lang zijn: hiervoor kennen we de term ‘loopafstand.’
De ‘loopafstand’ geeft de maximale afstand aan van de vluchtroute. Deze route blijft overal op ten minste een afstand van 30 cm van wanden, kolommen, deuren en kozijnen. In het Bouwbesluit staat van welk beginpunt tot welk eindpunt een maximale loopafstand moet worden gemeten.
Bij de utiliteitsbouw (ieder soort gebouw dat geen woning, woonwagen of woongebouw is) is soms een maximale loopafstand voorgeschreven tussen een verst weg gelegen beginpunt in een verblijfsgebied (zie plaatje: verblijfsgebied A) en een eindpunt (dit kan de uitgang van een rookcompartiment zijn). Wel moet het deel van de loopafstand die door een verblijfsgebied gaat met 1,5 worden vermenigvuldigd.
Als bij de aanvraag van een bouwvergunning een verblijfsgebied al is ingedeeld in meerdere verblijfsruimten, moet net worden gedaan alsof de niet-dragende scheidingswanden er niet zijn. Bij een ingedeeld verblijfsgebied (zie plaatje: verblijfsgebied B) moet ook voor elke verblijfsruimte worden nagegaan of de werkelijke loopafstand in de ingedeelde situatie voldoet aan de voorgeschreven maximale loopafstand. Bij een ingedeeld verblijfsgebied moet dus op twee verschillende manieren worden gemeten: op het niveau van verblijfsgebied en van verblijfsruimte.