Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
In de regio Gelderland-Zuid zijn de meldkamers van politie, brandweer en ambulancedienst samengevoegd tot de Gemeenschappelijke Meldkamer Gelderland-Zuid (GMK-GLZ). In vaktermen is dit een gecoloceerde meldkamer. Dit zil zeggen dat elk van de drie hulpdiensten zijn eigen meldkamer heeft, die samen onder één dak zijn gehuisvest. Het voordeel is dat er bij grote of complexe incidenten direct kan worden gecommuniceerd tussen de hulpverleningsdiensten.
Elk van de drie diensten heeft zijn eigen centralisten. Daarvan zijn er 24 uur per dag en alle dagen van het jaar minimaal twee operationeel en heeft een derde centralist oproepdienst thuis. Een dienst op de meldkamer duurt acht uur, waarbij er rond 07.00, 15.00 en 23.00 van dienst wordt gewisseld. Hierbij wordt een overlap van twintig minuten aangehouden om de bijzonderheden van lopende incidenten over te kunnen dragen.
Het landelijk communicatiesysteem C2000 is door ambulancedienst, politie en brandweer ingevoerd. C2000 is een digitaal systeem met landelijke dekking, waarmee het voor hulpdiensten mogelijk wordt om direct met elkaar te communiceren. Bij een gezamenlijk optreden, bijvoorbeeld in geval van een grote calamiteit, is een goede onderlinge communicatie immers van levensbelang.
Daarnaast gebruikt de brandweer het nieuwe digitale alarmeringssysteem P2000. P2000 biedt meer mogelijkheden dan de oude analoge manier van alarmeren en communiceert met moderne, digitale pagers (alarmontvangers).
Het hart van de meldkamertechniek wordt gevormd door het GMS, het Geïntegreerd Meldkamersysteem. Een melding komt bij de meldkamer binnen via bijvoorbeeld het landelijk alarmnummer 1-1-2, het automatisch brandmeldsysteem of via de meldkamer van een andere hulpverleningsdienst. Vervolgens is een enkele code of de invoer van de beginletters van het adres voldoende om de exacte locatie op het scherm te laten verschijnen. Nadat de aard van het incident en de betrokken objecten zijn gespecificeerd en ingevoerd, geeft het systeem aan de centralist een uitrukvoorstel. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met operationele grenzen (welke brandweerpost binnen de eigen regio heeft de kortste aanrijtijden tot het incident), omvang van het incident en de noodzaak om specialistisch materieel te alarmeren. Na acceptatie van het voorstel bevestigt de centralist de alarmering van de benodigde brandweereenheden.
Bij binnenkomst van de melding en de afhandeling van het incident wordt de centralist bijgestaan door het CityGIS systeem, waarbij een gedetailleerde topografische kaart van de regio alle relevante bijzonderheden laat zien, en waarop ook de voertuigen van politie en ambulancedienst gevolgd kunnen worden.