Brandstof, zuurstof, warmte
Voor vuur heb je drie dingen nodig:
1. iets dat wil branden; je noemt dat brandbare stof of kortweg brandstof
2. zuurstof; dat zit in de lucht
3. voldoende warmte; dat heet de ontbrandingstemperatuur.
Als één van deze dingen er niet is, is er geen vuur. Als er wel vuur is, maar je haalt één van deze drie weg, dan gaat het vuur uit.
De brandweer blust met water, met poeder of met schuim. Water koelt en brengt dus de hoge temperatuur omlaag. Poeder en schuim dekken het vuur af, zodat er geen zuurstof meer bij kan komen.